Abu Baseer – Mourad Massali

1015942_149354535253580_934780702_o

Download PDF: De Mujahid Mourad Massali – Abu Baseer

Alle lof en dank is aan Allah die ons heeft begunstigd met de zegening van Jihad op Zijn Pad.

Het was eind 2012 toen wij in Nederland afscheid namen van Abu Baseer. Wij gingen die avond trainen met de broeders, maar Abu Baseer kwam naar de training met de intentie om afscheid van ons te nemen. Hij zei dat hij slechts mee wilde kijken deze keer, maar na aandringen van de broeders deed hij toch mee. Na de training namen we afscheid van elkaar, Abu Baseer omhelsden ons en vroeg ons om vergiffenis. Omdat wij dit wel vaker deden viel het niet echt op, maar achteraf gezien was het van zijn kant emotioneel. Later kwamen de broeders erachter waarom. Dit was namelijk de laatste avond die hij met sommige van de broeders zou doorbrengen.

Nadat hij Alllah veel smeekte en geduldig bleef, had Allah het pad voor hem vergemakkelijkt en de deuren voor hem geopend. Degene die oprecht smeekt en streeft naar het Martelaarschap, Allah zal hem dit schenken. Zelfs al is het op zijn sterfbed, zoals wij uit de overleveringen leren. En Abu Baseer is hier inshaAllah het bewijs van. Hij had dezelfde wens die de Profeet – Vrede zij met hem – en de Metgezellen hadden, en elke Moslim hoort te hebben, namelijk dit leven opofferen omwille van Allah. En degene die nog nooit heeft geparticipeerd in de Jihaad noch deze wens heeft gehad in zijn leven, sterft op een tak van hypocrisie, zoals we uit de overleveringen van de Profeet leren.

Abu Baseer is een broeder die velen in Nederland heeft geïnspireerd om de stap te maken naar de Jihaad. Hij was altijd bezig met het oproepen tot de waarheid, of dit nu op zijn werk, op straat, in de Moskee of zelfs vanuit Syrië was. Hij belde ons uit Syrië en vertelde ons hoe prachtig de Jihaad was, we zouden gek zijn als we die kant niet op zouden komen. En gelijk had hij. Deze broeder had alles wat hij maar kon wensen als jongeman, hij had een goede diploma op zak, was al getrouwd op zijn twintigste, had een goed inkomen, een eigen huis, en zelfs een ongeboren kind. Hij was gelukkig en kwam niets te kort. Maar toch koos hij ervoor om zijn leven op te offeren voor de Zaak van Allah.

Hij begreep de realiteit van deze wereld. Als iemand jou een gram goud geeft en je vervolgens vraagt of je die gram bij hem in wenst te wisselen voor miljarden kilo’s goud. Diezelfde gram goud die jij gratis en voor niets hebt gekregen mag jij in wisselen voor miljarden kilo’s! Hoe lang zou je hierover nadenken? Dit voorbeeld klinkt zeer onrealistisch, maar de waarheid is dat Allah ons iets heeft gegeven wat nog minder waard is dan die ene gram goud en ons hier iets voor in ruil beloofd wat nog meer waard is dan die miljarden kilo’s goud. De Profeet – Vrede zij met hem – heeft ons duidelijk gemaakt dat deze wereld minder waard is dan de vleugel van een mug. Het leven op deze wereld is een luchtspiegel, een vage herinnering die in het niet zal vallen tegenover de eeuwigheid van het Hiernamaals. Wat is de waarde van het leven van enkele decennia, gevuld met vele ontberingen, tegenover het eeuwige en oneindige leven, gevuld met onbegrensd genot en gelukzaligheid?

Allah is degene die ons dit leven en al onze bezittingen heeft geschonken, dus dit leven en deze bezittingen zijn eigendom van Allah. Maar wat beloofd Allah ons in de Quran uit Zijn vrijgevigheid? Hij maakt ons duidelijk dat Hij dit leven van ons wenst te kopen, en in ruil hiervoor beloofd Hij ons het Paradijs! Allah zegt: “Voorwaar Allah heeft van de gelovigen hun levens en bezittingen gekocht in ruil voor het Paradijs. Zij strijden op Het Pad van Allah, zij doden en worden gedood. Een belofte waar Hij zich in waarheid aan heeft verbonden in de Torah, in het Evangelie en in de Quran. En wie is zijn belofte meer trouw dan Allah? Verheug jullie daarom over jullie transactie die jullie met Hem hebben afgesloten. En dat is de geweldige overwinning.” (Hoofdstuk At-Tawbah, vers 111)

Dus Abu Baseer heeft deze onweerstaanbare transactie afgesloten die elk verstandig persoon zou afsluiten. Hij heeft dit nietige leven ingeruild voor het eeuwige leven van gelukzaligheid en genot. Dit is de handel waartoe Allah ons oproept in de Quran: “Oh jullie die geloven, zal ik jullie een handel tonen die jullie van een pijnlijke bestraffing zal redden? Dat jullie in Allah en Zijn Boodschapper geloven en dat jullie op Het Pad van Allah strijden met jullie bezittingen en jullie zielen. Dat is beter voor jullie, indien jullie het slechts wisten.” (Hoofdstuk As-Saff, vers 10 en 11)

Abu Hurairah heeft van de Profeet – Vrede zij met hem – overgeleverd: “Voor een uur opgesteld staan in de gevechtslinie, is beter dan zestig jaar staan in het gebed.” (Saheeh Al-Jaami As-Sagheer)

Niemand van ons laat zijn ouders of vrouw en kinderen achter zonder dat dit het hart breekt. Maar de Moslim moet deze liefde op de juiste weegschaal plaatsen. Wanneer men geen geslachtsgemeenschap heeft met zijn of haar partner tijdens het vasten, van zonsopkomst tot zonsondergang in de Ramadan. Wij worden op deze manier beproeft door Allah, om te testen of wij dit voor Hem over hebben. Betekend dit dan de Moslimman niet van zijn vrouw houdt? Betekend dit dan de Moslimvrouw niet van haar man houdt? Nee, maar het betekend dat onze liefde voor Allah – Degene die ons deze geliefden heeft geschonken – alles overstijgt en hoort te overstijgen. Want de liefde die Allah voor Zijn gelovige dienaren heeft is ook veel groter dan de liefde die een moeder voor haar kind heeft. En zelfs deze liefdevolle moeder of vrouw zijn slechts gunsten die we krijgen van Allah.

Daarom heeft Allah ook geopenbaard aan Zijn Boodschapper: “Zeg: Indien jullie vaders, en jullie zonen, en jullie broeders, en jullie echtgenotes, en jullie familie, en de bezittingen die jullie hebben verworven, en de handel waarvan jullie verlies vrezen, en de huizen die jullie behagen – jullie geliefder zijn dan Allah en Zijn Boodschapper en het strijden op Zijn Pad, wacht dan tot Allah met Zijn beschikking komt. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.” (Hoofdstuk At-Tawbah, ver 24)

Dit is wat Abu Baseer ook begreep. Het is niet slechts de liefde voor Allah die hem naar Syrië dreef, maar ook de liefde voor zijn eigen Moslim Ummah. De liefde die wij als Moslim Ummah voor elkaar horen te voelen is de reden geweest voor zijn vertrek naar Syrië. Want wanneer een Moslim kijkt naar de onschuldige Syrische Moslims dan hoort het te zijn alsof hij zijn eigen ouders ziet, alsof hij zijn eigen kinderen ziet. Het kan toch niet zo zijn dat de tranen van onze moeders in Nederland zwaarder wegen dan de tranen van honderden duizenden moeders in Syrië? Deze vrouwen in Syrië die hun mannen, hun kinderen en hun echtgenoten verliezen. Deze vrouwen die gedood en verkracht worden, of in martelbunkers verdwijnen. Deze vrouwen zien wij net als onze moeders, wij voelen hun verdriet zoals wij die meevoelen met onze bloedeigen moeders. Hetzelfde geldt voor de mannen in Syrië die wij als onze vaders zien, en de kinderen die wij als onze eigen kinderen zien.

“En waarom vechten jullie niet op Het Pad van Allah en voor de zwakkeren onder de mannen, vrouwen en kinderen. Diegene die zeggen: “Onze Heer red ons uit deze stad waarvan de bewoners onderdrukker zijn en breng ons vanuit uw kant een beschermer en helper.”(An-Nisaa, vers 75)

Als ik Abu Baseer in één woord moest omschrijven dan zou ik hem omschrijven met ‘Izza (eer). Hij straalde altijd kracht en eer uit, hij was zeer sterk in zijn Walaa wal Baraa (loyaliteit en distantie omwille van Allah). Hij was altijd loyaal tegenover zijn Moslim broeders. Wanneer hij hoorde dat er Moslims in problemen waren, was hij de eerste die naar ons toe kwam om geld in te zamelen. Wanneer je in de problemen zou zitten, dan stond hij altijd voor je klaar. Allah is mijn Getuige, sinds

ik hem ken en met hem om ging heeft hij nog nooit zo min als het woordje “Oef” tegen mij uitgesproken. Zijn hart was vredig en gezond tegenover zijn broeders en zusters.

Wij waren een maand na hem aangekomen in Syrië, en wij moesten nog even wachten voordat we hem konden ontmoeten want hij was op Ribaat (grensbewaking). Ik en de broeders waren toen op het trainingskamp. Hij stond bekend als een broeder die veel van Ribaat hield, hij was toen meer dan een maand weg van zijn thuisbasis, en beschermde de Moslims in Ribaat. Je staat dan op de wacht tegenover de vijand en slaapt soms zelfs met jouw gevechtsuitrusting aan vanwege de constante dreiging dat er een confrontatie losbreekt. Waar ik bijvoorbeeld deze gespannen situatie maar maximaal drie weken kon uithouden, was hij toen al bijna veertig dagen op Ribaat. Veruit het meest aantal dagen van alle broeders uit Nederland. Want hij was zich bewust van de grote beloning. Er zijn vele overleveringen die ons de gunsten van Ribaat leren, waaronder: “De Moslims bewaken voor één dag is beter dan de wereld en alles wat zich erop bevind.” En bijvoorbeeld: “De Moslims bewaken voor één dag is beter dan een maand lang nachtgebed verrichten en vasten.” (Muslim en Bukhari)

Wij vragen Allah om het van hem en ons te accepteren.

Het was in de avond dat ik Abu Baseer weer zag. Ik had hem toen al ruim twee maanden niet gezien. We omhelsden elkaar, dit was echt een moment om niet te vergeten. Wij besloten die dag om samen met de broeders tot laat in de avond een vuurtje te maken (het was winter), en we hadden vele herinneringen opgehaald die wij samen in Nederland deelden. Daar waren we dan, in het gezegende land van Shaam als Mujahideen. Wie had dit ooit gedacht. Het was een droom op zich om de Jihaad te verrichten, maar dat je dan ook nog eens met een hele vriendengroep op Jihaad bent is een extra gunst van Allah. En in het meest gezegende gebied van de Ummah ook nog. Allah kan zelfs het onmogelijke mogelijk maken, zolang je hierom blijft smeken en hiernaar blijft streven.

Abu Baseer is een broeder die al lang praktiseerde. Toen Allah hem de Imaan (geloofsovertuiging) liet proeven en hem begunstigde met de zuivere Aqeedah (geloofsleer) gaf hij alles voor zijn Religie. Vrijwel meteen was zijn hart geopend voor de Aqeedah van Tawheed wal Jihaad en hij deed hier ook openlijk Dawah toe. Hij was een broeder die intensief aanwezig was in de Dawah. Zo was hij een broeder die bijvoorbeeld de straat op ging tijdens de verkiezingen om de Moslims te waarschuwen tegen de Shirk van de stembus. Broeders waren ervan getuige dat hij vele broeders en zusters letterlijk uit de rijen van de stemhokken heeft kunnen overtuigen. Hij legde ze dan in een paar minuten uit dat de seculiere democratie in essentie afgoderij is en dat stemmen op de mensgemaakte wetten in deze democratie (waarbij abortus, prostitutie, alcohol en dergelijke worden gelegaliseerd) ongeloof is. Allah had hem begunstigd met welspraak en overtuigingskracht.

Hij hield van de jeugd waarmee hij vaak een praatje hield in onze buurt. De tijden in de Ramadan waren prachtige tijden. Jongeren kwamen massaal naar de Moskee, hij was één van de broeders die de jeugd de Tawheed (monotheïsme) uitlegde en de verplichting van de Jihaad. Hij was een zeer goede spreker en was een prominente broeder in de Dawah. Zo legde hij uit dat de oplossing voor de problemen van deze Ummah in de Jihaad lag. Zoals wij ook uit de overleveringen leren, waaronder de bekende overlevering: “Wanneer jullie handelen in woekerrente, de koeienstaarten achternalopen en tevreden zijn met het boerenleven (d.w.z slechts bezig zijn met het najagen van dit wereldse leven), en de Jihaad verlaten. Dan zal Allah een vernedering op jullie neder zenden die niet verwijderd zal worden totdat jullie terugkeren naar jullie Religie.” (Sunan Abu Dawud)

Hij had ook de vurige wens om op de Jihaad te gaan. Hij wou eigenlijk naar Noord-Mali gaan, maar Allah heeft verordend dat het Syrië werd. Zijn liefde voor de Jihaad bewees hij ook op het slagveld. Allah is mijn Getuige als ik zeg dat Abu Baseer van geluk sprong wanneer hij hoorde dat er gevochten moest worden. Zijn moed op het slagveld en zijn zorgzaamheid voor de gewonde broeders was iets wat vele Mujahideen hier is bijgebleven. Hij was altijd één van de eerste die de vijand opzocht, en hoewel hij jonger was dan ons was hij degene die ons motiveerde in de Jihaad. Later zullen wij zijn heldendaden vlak voor zijn Martelaarschap op het slagveld van Khan Toman delen.

Hij behoort tot de mensen die men als helden dient te nemen. Heel Nederland staat juichend op als een voetballer van het Nederlands elftal een doelpunt scoort, maar niemand die zich laat horen als een held zoals Abu Baseer zijn leven opoffert voor rechtvaardigheid? Steker nog, hij wordt zelfs besmeurd met lage aantijgingen, hij zou als kanonnenvoer hebben gediend en noem maar op. In wat voor een media-hypnose verkeren deze mensen? Deze jongeman was en is een heldhaftige leeuw!

Terwijl de jeugd in Nederland bezig is met comazuipen en het achterna rennen van hun dierlijke begeerten heeft deze jeugdige held van eenentwintig zijn leven opgeofferd voor rechtvaardigheid, hij heeft zijn leven als schild aangeboden voor het onschuldige Syrische volk. En wij staan te juichen voor een voetballer die een doelpunt scoort? Het wordt tijd dat men de fictieve helden vervangt met Martelaren zoals Abu Baseer, werkelijke helden. De Nederlandse Moslims moeten trots zijn dat zij Martelaren uit hun midden hebben voortgebracht in Syrië, zij moeten inzien dat dit een enorme eer voor hun is waar Allah hun mee heeft begunstigd en waarmee Hij hen in nobelheid heeft verheven. Wees geen media-schaap beste broeders en zusters en laat jullie niet misleiden, zie in dat de Martelaren die uit jullie midden heen zijn gegaan in Syrië een grote bron van trots voor jullie is.

Hoe kunnen wij tevreden zijn met het comfortabele leven als we horen dat de vervloekte Shia drie maanden geleden, meer dan dertig Moslim vrouwen hebben verkracht in Homs! En daarna op straat werden ontbloot en gedood. Hoe kunnen wij tevreden zijn met het comfortabele leven als we horen dat onze zuster Fatima uit Iraq (lees haar brief!) meer dan negen keer op een dag werd verkracht, door de Amerikaanse varkens in de martelkamers van Abu Graib. Hebben jullie de foto’s uit Abu Graib niet gezien? Hebben jullie niet over deze zaken gehoord? Hoe kun je dan nog blijven chillen in Shishalounges en doorgaan met het leven alsof er niets aan de hand is? Uitgaan in de weekenden, achter de vrouwen aanrennen, dromen over dure auto’s en vakanties. Is dit hoe een nobele Moslim man, met eer en trots, door het leven hoort te gaan? Lezen wij de biografieën niet van de Profeten en Metgezellen? Zijn zij niet onze voorbeelden, onze helden die wij als rolmodellen nemen?

Zoals Umar ibn Khattab heeft gezegd: “Wij zijn een volk dat glorie en trots heeft gekregen middels de Islaam en indien wij dit hierbuiten gaan zoeken dan zal Allah ons vernederen.” Wij moeten ons realiseren dat de overwinning, nobelheid, glorie, trots, respect en rechten niet worden gewonnen als we achter onze lage dierlijke begeerten blijven rennen. Dit siert een werkelijke man niet, een man staat op voor idealen en moralen. Zonder moed, opofferingen, geduld en heldhaftigheid zullen wij in vernedering blijven leven en onze gevoel van eigenwaarde en trots nooit terug kunnen winnen.

De Profeet – vrede zij met hem – heeft ons de werkelijke mannen omschreven en zei: “Laat de slaaf van de Dinar, de Dirham en Khamisa (d.w.z. rijkdom en luxe kleding) vernietigd zijn. Want wanneer hij ze krijgt is hij tevreden, zo niet, dan is hij ontevreden. Laat zo een mens vernietigd en vernederd zijn, en als hij slechts wordt gestoken door een doorn, laat hem dan niemand vinden die dit er voor hem uit haalt. Al het goede is voor de dienaar die de teugels van zijn paard beetneemt en op Het Pad

van Allah strijdt, met warrig haar en zijn voeten bedekt onder het stof. Als hij in de voorhoede wordt aangesteld, dan is hij tevreden met zijn positie. En als hij in de achterhoede wordt aangesteld, dan accepteert hij z’n positie met genoegen. Als hij om toestemming vraagt, wordt hem geen toestemming gegeven. En als men bij hem bemiddeld, dan wordt zijn bemiddeling niet geaccepteerd (vanwege zijn nederige verschijning, en het feit dat mensen op hem neerkijken).” (Saheeh Bukhari)

De slag van Khan Toman

Allahu Akbar, we kregen te horen dat er een grote veldslag aan zou komen tegen de honden van Bashar. Het betrof één van de grootste legerbasissen van Syrië, misschien zelfs de grootste. Vele broeders uit Nederland hadden de gunst gekregen om te vechten in deze slag, ook Abu Baseer. Het waren spannende tijden. Want we moesten nog te horen krijgen in welke linie we zouden vechten. Wij hebben ons die week allemaal mentaal voorbereid. In de zin dat wij veel Dua en veel Dhikr hadden verricht, en elkaar om vergiffenis hebben gevraagd. Want het kon zomaar de laatste momenten van je leven zijn. Voor elke Mujahid is het een droom om op de eerste linie te staan; er is dan grote kans op het verkrijgen van het Martelaarschap. En er is overgeleverd dat de beste Mujahid, de Mujahid is die zich op de eerste linie bevind. Maar de eerste linie moest wel verdiend worden. De broeders die het beste hebben getraind, en beschikken over de beste Akhlaaq (gedragscode) worden hiervoor uitgekozen. En Abu Baseer was een broeder die over deze kwaliteiten beschikte, dus hij kon zich voorbereiden op een plek in de eerste linie. Ik werd eerst met hem ingedeeld, maar op de dag van de aanval werden sommige pelotons veranderd. Ik zat dus niet meer in zijn peloton.

We vertrokken die ochtend vanaf het thuisfront in verschillende groepen naar Khan Toman. De opdracht van de Amir was resoluut; dit keer nemen we geen gevangenen en terugtrekken is ten strengste verboden! We namen afscheid van elkaar, en soms was het best emotioneel. Want op dit soort momenten weten we gewoon bijna zeker dat er broeders onder ons aanwezig zijn die ons definitief als Shuhadaa zullen verlaten. We vroegen elkaar om vergiffenis en maakte een paar foto’s samen. Abu Baseer kwam naar mij toe en gaf mij een zakje snoep, een chocoladereep en wat kleine EHBO-spulletjes. Lachend zei hij tegen mij “Voor het geval je gewond raakt en bloed verliest, dan heb je suiker nodig.” Hij zorgde altijd goed voor de broeders en bij Allah hij had een heerlijk gevoel voor humor.

Khan Toman is een grote legerbasis met veel soldaten van Bashar. Het zou een moeilijke strijd worden want vanuit elke linie moest er een gat doorboord worden in de rangen van de vijand, en dit op een open veld. Wij verzamelden ons allen apart in zeven verschillende pelotons onder verschillende commandanten. Ons aantal was die dag rond de vijfhonderd, en de aantallen van de vijand lag zeker boven de tweeduizend. Wij zouden na het zonsondergang gebed (Maghreb) aanvallen. Maar de leider zou eerst het Salat Al-Istikhara verrichten (een gebed voor Goddelijk raad en leiding) of we die avond zouden aanvallen of de avond erop. Het werd uiteindelijk de avond erop.

Het peloton van Abu Baseer moest als één van de eersten de vijand uitschakelen. Wij waren in het donker vertrokken, en hoewel er veel geluid was van onze kant had Allah de vijanden verblind. Het was een wonder op zich dat zij niet in de gaten hadden dat wij die dag aan zouden vallen. Het peloton van Abu Baseer had één van de moeilijkste opdrachten, want zij waren namelijk de tweede groep die aan moest vallen. Als deze aanval mis zou gaan dan zouden zij omsingeld worden door de vijand en er zou geen uitweg meer zijn voor hen. Hij vocht onder Abu Baraa Al-Homsi, een Ansaari die bekend stond om zijn enorme moed. Het was avond, stil, hier en daar hoorden wij een

mortiergranaat vallen die de vijand ongericht afschoot. Het was afwachten op het startsein. En ineens hoorden wij de eerste schoten van de broeders en de strijd was losgebarsten. Het peloton van Abu Baseer was doorgedrongen in de rangen van de vijand, ze marcheerde naar voren, zochten dekking, en marcheert weer voort. Zij lagen na heftige vuurgevechten op hun buik en zochten dekking. De broeders vertelden later dat de kogels en bommen overal terecht kwamen behalve op de broeders zelf. En één van de wonderen die ze hadden meegemaakt (iets wat wij meerdere malen meemaken) is dat wanneer een mortier of bom tussen de broeders valt, deze niet ontploft. Dit zijn de wonderen in de Jihaad die wij vroeger alleen in de boeken van Abdullah Azzam gewend waren te lezen. En SubhanAllah nu maakten wij dit zelf mee! Wat een gunst dat wij dit van dichtbij mogen ervaren.

Een broeder die samen met Abu Baseer was vertelde:

“Ik lag samen met Abu Baseer, op slechts een paar meter afstand van elkaar, dekking te zoeken tegen de heftige aanval van de vijand. Wij lagen vijf uur op de grond, en het bleef maar heftig! De vijand wou kosten wat kost dit gebied behouden. En wij moesten wachten totdat de eerste groep naar binnen was gedrongen. Pas daarna konden wij naar voren. Maar wonderbaarlijk genoeg raakte niemand gewond! En dat terwijl de kogels ons letterlijk om de oren vlogen.”

Abu Baseer was één van de broeders die op dat moment in slaap was gevallen. Stel je voor, je kan op elk moment geraakt worden door een kogel en jij neemt doodleuk een dutje?? Maar dit zijn de gunsten in de Jihaad die Allah aan Zijn dienaren schenkt. Dit gebeurde ook vaak met de Metgezellen in hun Jihaad. Het is Sakeena (een innerlijke rust en vrede) van Allah ‘Azzawajjal.

“Abu Saalih, kom eens!” Zei hij. “Waarom?” Antwoordde Abu Saalih. “Ik heb je nodig, kom gewoon even.” Abu Saalih kroop dus naar hem toe en was op alles voorbereid. “Ik heb iets nodig uit mijn vest achter op mijn rug, haal het eruit.” Hij vroeg “Wat moet ik eruit halen?” Abu Baseer zei “Er zit een zakje in, ik heb het nodig..” Abu Saalih zocht en vond wat EHBO-dingen, een aansteker, een mesje.. “Nee, ik zoek een zakje.” Zei hij. Totdat Abu Saalih een zakje snoep vond en het hem liet zien. “Juist, dat zocht ik! Maak het open en eet met mij dit zakje snoep op!” Dit was Abu Baseer! Dit was hoe hij altijd een prettige sfeer in de groep bracht, zelfs in zo een gespannen moeilijke situatie. Zij hadden later deze dag de vijand ook met de Wil van Allah overrompeld en hadden hun kant van de legerbasis overgenomen. En niemand van de broeders was gewond geraakt wal-hamdulilaah.

Nadat ik en de broeders ook klaar waren met de vijand, werden we de volgende dag naar een andere plek op deze veldslag gestuurd als versterking. Dit was de plek waar de heftigste gevechten waren en waar de kufaar alles-op-alles hadden gezet. Ik was samen met de broer van Abu Baseer -en andere broeders die wij uit Nederland kennen- de frontlinie binnen gekomen. Totdat we een glimlach in de verte zagen, het was Abu Baseer die ons welkom heette. Ik groette Abu Baseer en we besloten dat wij samen zij aan zij zouden strijden. Een droom waar elke Mujahid van droomt was voor ons uitgekomen. Iedere Moslim met liefde voor de Jihaad droomt ervan om met zijn goede kameraden, met een geweer in de hand, de vijanden van de Ummah te bestrijden. Wie had dit ooit kunnen verwachten toen wij nog in Nederland waren?! Deze droom was nu werkelijkheid geworden.

De avond was bijna gevallen toen we nog wat schermutselen met de honden van Bashar mee maakten. Na Maghreb had de vijand zich volledig teruggetrokken en wij hadden van onze plek een Ribaat-post gemaakt. Ik zou samen met Abu Baseer en vier andere Ansaar die avond en nacht deze

plek blijven bewaken. Het werd een koude nacht, we hadden honger en er waren weinig tot geen dekens. We lagen met zijn allen op hard beton. Sommige van ons hadden ruim 48 uur niet geslapen. En toch moesten we om de beurt geconcentreerd de wacht houden en uitkijken voor de vijand. Maar dit is wat Allah bedoelt met geduld tijdens de Jihaad. En dit zijn één van de zaken in Jihaad die je in een land als Nederland nooit zult begrijpen, het is tijdens de daadwerkelijke Jihaad dat je de toppunt van Jihaad An-Nafs ervaart. Dit is het moment waarop het meest van je wordt gevraagd als mens. Ik kan mij geen andere situatie bedenken waarbij de innerlijke strijd die je voert nog groter is. De externe strijd is dan ook slechts een reflectie van de innerlijke strijd die je voert, als je de innerlijke strijd verliest dan zal je de externe strijd ook verliezen. En andersom exact hetzelfde.

Nadat we het Fadjr gebed hadden gebeden gingen we de vijand opwachten aan de frontlinie. Ze waren dit keer met nog zwaardere wapens teruggekeerd, waaronder meerdere tanks en zware artillerie. Op een gegeven moment was ik Abu Baseer kwijt geraakt tijdens het reorganiseren van de formaties en linies. Ik besloot hem te gaan zoeken. Ik moest en zou hem vinden want we zouden die dag samen het Martelaarschap opzoeken, zoals we hadden afgesproken. Op welke plek zou ik hem kunnen vinden? In de voorste frontlinie, de dichtstbijzijnde plek tegenover de vijand! Dit was de plek waar ik de grootste kans had om hem te vinden, want hij dacht alleen maar aan vooruit marcheren! Maar nadat ik hem hier niet had gevonden heb ik mij opgesteld bij de andere broeders uit Nederland. Totdat we Abu Baseer tegenkwamen met een doos vol lekkernijen en fruit. Hij had dus, terwijl wij lang niets hadden gegeten, ontbijt geregeld voor meer dan twintig man. Hoe en vanwaar hij dit heeft geregeld was een raadsel. Maar dit is hoe hij was, dit is hoe hij aan zijn broeders dacht. Dit was hoe hij van zijn broeders hield, en hoe wij vanzelfsprekend van hem hielden.

Het energiedrankje

Nadat we wat hadden gegeten vertelde Abu Baseer mij dat we beter de rechterflank konden nemen, en dat we dus beter van plek konden veranderen. Op de vraag waarom antwoordde hij: “Waar wij nu zitten is weinig actie broeder. We kunnen beter de rechterflank pakken want daar is veel meer actie.” Ik stond lachend op, liep met hem weg en onderweg vroeg ik toestemming van de Amir om van plek te veranderen. Hij stemde in. Op de rechterflank aangekomen kwamen we een paar broeders tegen met eten en drinken. De broeder bood ons energiedrankjes aan, waarop Abu Baseer een blikje aannam en het achter in mijn vest deed, en tegen mij zei: “Hier pak aan, je zal het nodig hebben!” Toen de broeder hem ook een blikje wilde geven antwoordde hij overtuigend: “Nee nee ik hoef niet, ik ga in Djennah drinken!” Meteen na deze woorden nam hij mij mee en we vertrokken naar het strijdfront. SubhanAllah de overtuiging waarmee hij dit zei blijft mij nog steeds bij.

Zijn Martelaarschap

Het was een zwaar gevecht, dit was namelijk het laatste bolwerk van de Kufaar. Er werd heftig geschoten en de broeders hadden last van de tanks die ons veel bestookten met bommen. Alhamdulilaah beschikten de Mujahideen ook over tanks en veel anti-tank raketten. Onze Amir Abu Al-Baraa had een raketwerper tot zijn beschikking en wou deze gaan afvuren op een tank die het ons die ochtend heel lastig maakte. Hij had mankracht nodig. We waren in een groepje met meerdere broeders en hij vroeg ons wie met hem mee zou gaan om de raket af te vuren. Abu Baseer bood zich meteen als eerste aan, wetend dat dit hier een grote risico aan hing. En hij nam mij op sleeptouw. Al was Abu Baseer een paar jaartjes jonger dan ik, hij was degene die mij op sleeptouw nam en moed insprak.

Terwijl hij in Nederland naar mij luisterde en advies vroeg, keek ik nu naar hem op en vroeg ik hem om advies. Zijn uitstraling en overtuiging op het slagveld was indrukwekkend. We moesten nu met z’n drieën een open veld oplopen met als dekking enkel wat hoge gras van een halve meter. Nadat één van de broeders ons had geholpen om het prikkeldraad door te knippen vertrokken we rennend het open veld op. Ze schoten op ons met machinegeweren en scherpschutters. De tank daarentegen had ons (nog niet) gezien. We probeerden een beetje dekking te zoeken tussen wat hoge gras. De kogels vlogen ons letterlijk om de oren. Abu Al-Baraa was samen met Abu Baseer drie meter voor mij, hij moest de broeder helpen bij het afvuren van de raket. De tank was recht tegenover ons op een afstand van niet meer dan 50 meter! Zeer dichtbij. En tel daarbij op dat ze boven de tank ook nog een artillerie-geweer hadden. Ze schoten nu niet alleen kogels op ons af, maar ook de bommen ontploften naast en om ons heen. Op dit soort moment kun je niet meer dan veel Dua en Dhikr doen.

Dat is ook het advies dat ik Abu Baseer gaf terwijl zij samen de raket klaar maakten. “Abu Baseer vergeet nu niet om Dua te doen!” Hij vertelde mij dat hij dit inderdaad aan het doen was. Het moment brak aan waarop ze de raket wilden afschieten, maar de raket blokkeerde. En dit terwijl het een splinternieuw model was. Het was slechts de Beschikking van Allaah dat dit zou gebeuren.

Alhamdulilaah Allah had het zo bepaald. Wij hadden een Walkietalkie maar er heerste veel chaos door de keiharde gevechten. Abu Al-Baraa gaf mij nu het bevel om terug te keren naar de broeders, en de broeder te halen die door omstandigheden niet mee kon gaan om te schieten. Hij was namelijk de specialist in het afschieten van dit soort raketten. Ik moest nu een veilige terugweg zien te banen op een open veld, terwijl de vijand ons duidelijk in het vizier had. Ik vertrouwde op Allah, stond op en rende richting de broeders. Onderweg moest ik dekking zoeken tussen het hoge gras, en Abu Baseer vertelde mij dat ik het beste rechts kon lopen. “Rechts, loop rechts..” Dit was inderdaad de beste manier om te lopen, dekking zoekend, soms struikelend, een weg banend naar de broeders. Dit waren meteen ook de laatste momenten die ik mee had gemaakt met hem..

Toen ik bij de broeder aankwam, legde ik de situatie uit. De broeder moest zich voorbereiden om met mij terug te gaan naar Abu Al-Baraa en Abu Baseer, om de raket af te vuren. Totdat we plots door de walkietalkie te horen kregen dat er een Shaheed was gevallen op de rechterflank. Mijn hart ging op dat moment tekeer. Zou het Abu Baseer zijn? Hebben zij zich niet vergist en bedoelen zij een andere rechterflank? Ik wilde het niet geloven en hoopte dat het een foutje zou zijn in de communicatie. Maar het bleek dus echt te gaan om een broeder bij de plek waar ik en Abu Baseer waren. Dit gebeurde ongeveer tien minuten nadat ik ze daar had gelaten. Nadat sommige broeders de Shaheed hadden opgehaald keek ik van afstand wie het zou zijn. Ik keek en bleef kijken, totdat ik Abu Al-Baraa aan zag komen lopen samen met de andere broeders. Ik wist het nu zeker.

Ik rende naar hun toe en zag daar Abu Baseer liggen. Laa ilaaha illa laah! Het enige wat ik kon doen was de broeders helpen met het prikkeldraad doorknippen, en was weggezonken in gedachten.. Ik hoorde enkele broeders mij wat vragen stellen, maar ik had de kracht niet om te antwoorden. Hij werd met kogels geraakt in zijn hals. Precies op de plek waar zijn broer een paar dagen voor zijn Martelaarschap over had gedroomd. Abu Baseer had gekregen wat hij zo graag wenste. Hij droomde van het Martelaarschap en de groene vogels. Diezelfde dag hebben wij hem begraven met een glimlach op zijn gezicht, net als vele Martelaren die wij hier hebben gezien. Hij stond altijd voor zijn Moslim broeder klaar met een glimlach, en nu werd hij met diezelfde glimlach begraven.

Eén van de gunsten van een Martelaar is dat zijn dood pijnloos is, het is de meest aangename dood. Abu Hurairah heeft van de Profeet – Vrede zij met hem – overgeleverd: “De Martelaar ervaart de pijn van de dood niet, behalve de pijn zoals je die voelt bij de prik van een doorn.” (An-Nasaai)

Een paar uur nadat Abu Baseer Shaheed was gevallen hadden ze dit laatste bolwerk overgenomen. Het hele legerbasis was toen dus bevrijd, binnen twee dagen! De tank die we wouden uitschakelen was later ook door de Mujahideen vernietigd. Vele honden van Bashar zijn in deze strijd gedood, en het wapenarsenaal aan oorlogsbuit was heel groot. Er werden 27 ondergrondse bunkers vol met wapens en munitie als oorlogsbuit genomen; waarmee het westen deze bloeddorstige tiran tot de tanden mee had bewapend. En dan hebben we het slechts over de ondergrondse bunkers, dus exclusief de bovengrondse. Er werd ook twee miljoen liter diesel buit genomen. Dit was een geweldige overwinning. Het was een prachtige veldslag om als Martelaar op te sterven.

De overwinning

Later hoorden wij van velen, en realiseerden wij ons zelf ook, dat deze geweldige overwinning slechts enkel en alleen met de Hulp van Allah mogelijk was geweest. We moeten als Moslims beseffen dat onze overwinningen niet in onze materiele kracht liggen, maar slechts en alleen in Allah.

Onze kracht schuilt in geduld en uithoudingsvermogen. Zoals Allah heeft gezegd tegen de Kinderen van Israël toen ze weigerden te vechten tegen Goliath, omdat zij zichzelf te zwak en de vijand te sterk achtten. Allah zei tegen hen: “Hoeveel kleine troepen hebben wel niet van grote troepen gewonnen, met het toestemming van Allah. En Allah is met de geduldigen.” (Al-Baqarah, vers 249)

Wij leren in de Islam dat wij niet op onze aantallen en materiele kracht moet rekenen, maar op Allah. Dit is iets wat wij dringend moeten realiseren. Allah heeft daarom ook geopenbaard: “Voorzeker, Allah heeft jullie op menig slagveld geholpen. En op de dag van Hunain, toen jullie grote aantallen jullie trots hadden gemaakt, maar dit heeft jullie niets gebaat en de aarde werd ondanks haar uitgestrektheid nauw voor jullie. Daarom wendden jullie je vluchtend af.” (At-Tawbah, vers 25)

Dit vers gaat over de Slag van Hunain, toen de Moslims uit 12.000 mandschappen bestonden, tegenover 4.000 ongelovigen. Maar dit aantal heeft de Moslims niets kunnen baten. Allah leerde hen en ons hiermee dat onze bron van kracht en overwinning bij Allah ligt. En dat geduldig en uithoudingsvermogen de sleutel is, niet manschappen of materiele kracht. De Mujahideen staan vrijwel altijd in de minderheid tegenover hun vijanden, ook als we de geschiedenis bestuderen. Dit is dus niets nieuws, laat jullie niet ontmoedigen door onze kleine- en hun grote aantallen.

We moeten erbij stilstaan dat de Islam bij één persoon, en bij een onderdrukte zwakke minderheid in Mekka is begonnen. En kijk nu? De Islam is een onweerstanbare kracht, de Islam heeft meer dan de helft van de wereld bereikt, en er zijn meer dan anderhalf miljard Moslims op de wereld. Hoe is dit tot stand gekomen? Door de wapens van Amerika of Rusland? Door de hulp van de Verenigde Naties? Nee! Allah is Degene die de Islam deze overwinning heeft gegeven. Zelfs een ongelovige kan er met zijn verstand niet omheen hoe de Islam zo groot en sterk is geworden, terwijl het begon bij één persoon en een zwakke onderdrukte minderheid ten midden van een kansloos woestijn.

Zoals Allah heeft geopenbaard: “En gedenkt toen jullie met weinigen waren en zwak waren (en onderdrukt werden) in het land. Jullie waren bang dat de mensen jullie zouden grijpen. Waarnaar Allah jullie beschermde (een toevluchtsoord gaf in Medina) en versterkte jullie met Zijn hulp. En Hij voorzag jullie met goedheden, zodat jullie dankbaar zullen zijn.” (Al-Anfaal, vers 26)

De verblijdende droom

Een maand later kwam ik samen met zijn broer Abu Al-Baraa tegen, en hij vertelde ons dat hij Abu Baseer een paar minuten voor zijn Martelaarschap vroeg of hij bang was. En hij zei dat Abu Baseer antwoorde met: “Waarom zou ik bang zijn als ik straks in het Paradijs ben?”

Een goede vriend van Abu Baseer die hier ook in Syrië is, heeft het volgende over Abu Baseer gedroomd. Hij droomde dat hij naast Mourad zat, en vroeg hem: “Mourad, waar ben je?” Hij zei: “Ik ben in Al-Djennah.” Hierop vroeg hij hem: “Heb jij Allah al gezien?” Mourad antwoordde: “Nee, maar Hij heeft mij de Salaam (vredesgroet) gegeven, en Allah vroeg mij wat ik wenste. Ik antwoordde; Ik wil weer de Shahada, ik wil weer de Shahada, ik wil weer de Shahada.”

Dit doet denken aan een wens van de Profeet, er is namelijk van hem – Vrede zij met hem – overgeleverd in Saheeh Bukhari: “Bij degene in wiens hand mijn ziel ligt, ik wenst dat ik gedood zou worden op Het Pad van Allah, en weer tot leven werd gewekt en weer gedood zou worden op Het Pad van Allah.” En dit herhaalde hij drie keer. Hij heeft dit hele leven samengevat in deze wens.

En in Saheeh Muslim is overgeleverd dat Masruq zei: “We vroegen Abdullah ibn Masud over dit vers: “En denkt niet over degenen, die op Het Pad van Allah zijn gedood, dat zij gestorven zijn. Integendeel, zij leven bij hun Heer waar zij voorzien worden.” (Ali Imraan, vers 169)

Abdullah ibn Masud antwoordde: “Wij vroegen hiernaar en de Profeet – Vrede zij met hem – zei: “Hun zielen bevinden zich in groene vogels, die lantaarns hebben hangen aan de Troon. Zij vliegen vrij rond door het Paradijs, waar zij maar willen. En zoeken beschutting in deze lantaarns. Dan laat hun Heer Zijn blik op hen vallen en vraagt: “Wensen jullie nog iets?” Zij zeggen: “Wat zouden wij nog wensen, nu wij vrij door het Paradijs kunnen vliegen?” Hij vroeg hen dit driemaal. En toen zij inzagen, dat zij niet van deze vraag konden ontwijken, zeiden zij: “O Heer, wij zouden graag willen dat U onze zielen weer in onze lichamen terugbrengt, zodat we nog een keer voor U kunnen vechten.” En toen Hij zag dat zij niets meer nodig hadden, liet Hij hen met rust.”

Anas heeft van de Profeet – Vrede zij met hem – overgeleverd: “Geen enkele ziel die in het goede staat bij Allah – en sterft – zal wensen om terug te keren naar de wereld, behalve de Martelaar. Hij zal wensen dat hij terug kon keren naar zijn leven zodat hij nog een keer als Martelaar kon sterven, want hij heeft de eer geproeft die je met het Martelaarschap bereikt.” (Saheeh Muslim)

Afsluitend vragen wij Allah om het gezin van Abu Baseer te beschermen. Wij vragen Allaah om hem genadig te zijn en hem te accepteren als Shaheed. Wij vragen Allah om ons samen met hem te verzamelen in Al-Djennah. Oh Allah begunstig ons met het martelaarschap en neem van onze bloed, en van onze bezittingen, en van onze inspanningen en opofferingen totdat U tevreden over ons bent.

Jullie broeder Abu Jandal.

4 comments

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s