Echte helden hebben gebreken

Echte helden hebben gebreken  – Abu Mihjan At-Thaqafi

In de Islam hebben wij werkelijke rolmodellen, onze Ummah heeft geen fictieve helden en rolmodellen zoals het westen dit heeft. De rolmodellen die wij hebben zijn heel menselijk, en dit zien wij ook terug op het slagveld. We merken op dat men de Mujahideen nauwlettend in de gaten houdt en kritiek op hen uit bij het meest geringe gebrek, indien we het überhaupt gebreken kunnen noemen. Één van de vele misverstanden rondom de Jihad en de Mujahideen is namelijk dat de Mujahid foutloos is of hoort te zijn. Men stelt zich de Mujahid voor als een soort heilige: vrij van gebreken. Maar de realiteit is dat de Mujahid een mens is net zoals elk ander mens, met al zijn menselijke zwakten en gebreken. Hij kan ook zondigen en fouten maken. Sta stil bij het feit dat vele Mujahideen in Syrië slechts enkele jaren geleden in de achteloosheid (ghafla) leefden waarin vele Moslims nog steeds leven in vele landen. Allah heeft de situatie van de Syriërs veranderd door de deuren van de Jihad voor hen te openen. Hetzelfde geldt voor de Moslims in Irak, Libië en andere Islamitische landen die in korte tijd uit hun achteloos zijn gewekt door de harde realiteit van oorlog en bloederige onderdrukking. Maar betekent het dat een Mujahid al zijn slechte gewoonten en zonden van de ene op de andere dag heeft afgeleerd en zondeloos is geworden? Als wij wachten met de Jihad totdat we al onze zonden hebben afgezworen dan zullen wij de Jihad nooit voeren.

Er zijn bijvoorbeeld Mujahideen in Syrië die nog steeds verslaafd zijn aan sigaretten, en er zijn ook Mujahideen die zonden plegen. Wie anders beweerd is erg naïef over de realiteit. Betekend het dat zo een Mujahid de status niet heeft van een Mujahid? Mogen we neerkijken op zo een Mujahid en hem niet rekenen tot de Mujahideen? Zeer zeker niet! Shaykh Abdullah Azzam kreeg een keer de vraag in Afghanistan of de Jihad van sommige Afghaanse Mujahideen, die destijds tegen de communistische Russen vochten, wel geaccepteerd werd. Omdat sommige van hen voor de oorlog verslaafd waren aan opium, en deze verslaving tijdens de Jihad niet af hebben weten te zweren. Hierop gaf de Shaykh een prachtig antwoord, hij zei “Zelfs de Mujahid die opium rookt heeft een hogere status dan de bedevaartganger die voor de Ka’bah neerknielt.” Omdat er geen enkele aanbidding is die waardevoller is en meer zonden wist dan de Jihad, het is het toppunt van aanbidding. De bedevaartganger die voor de Ka’bah bidt profiteert hier slechts alleen van, integendeel tot de Mujahid die zijn leven opoffert op het slagveld om de Moslims te verdedigen.

Abdullah ibn Mubarak zei ook “Wanneer de goede daden van iemand zijn slechte daden overwegen, dan worden zijn slechte daden niet benoemd. En wanneer zijn slechte daden zijn goede daden overwegen, dan worden zijn goede daden niet benoemd.” [Ad-Dhahabi, in zijn Siyar]

Als dit de Moslims niet overtuigd, laten we dan eens naar de allerbeste generatie van deze Ummah kijken. De metgezel Abi Mihjan At-Thaqafi was een alcoholist voor de komst van de Islam, hij zou zelfs tegen zijn zoon hebben gezegd “Als ik sterf begraaf mij dan naast een wijngaard zodat de druiven mijn dorst kunnen lessen, en begraaf mij niet in de woestijn want ik vrees dat ik dan nooit meer de smaak van wijn zal proeven.” Zo verslaafd was hij. Toen hij zich bekeerde tot de Islam heeft hij deze verslaving ook niet volledig af kunnen zweren. Dus soms dronk hij alcohol, hij toonde hierop berouw en werd hiervoor bestraft. Totdat hij weer overmand werd door zijn verslaving, en wederom berouw toonde en hiervoor bestraft werd. Dit bleef jarenlang aan de gang, tot aan het leiderschap van Umar ibn Khattab. Dit klinkt vreemd voor sommigen, maar dit toont ons de menselijkheid van de metgezellen. Zij waren mensen net als ons, daarom zijn zij een perfect voorbeeld. Indien Allah ons zondeloze Engelen als rolmodellen had gegeven dan zouden we niet in hun voetsporen kunnen treden.

De slag van Al-Qaddisiyah vond plaats en Umar ibn Khattab stuurde het Moslim leger om tegen de Perzen te vechten. De legercommandant destijds was Sa’d ibn Abbu Waqqas. De metgezel Abi Mihjan At-Thaqafi wilde mee strijden in deze slag, maar Sa’d ibn Abu Waqqas zei tegen hem dat hij niet mee kon want hij stond bekend als iemand die alcohol dronk en was dus niet geschikt. Abi Mihjan bleef aandringen en zei misschien zal Allah mij op deze manier vergeven door mij het martelaarschap te schenken, en hiermee reinigen van mijn zonde. Na aandringen mocht hij uiteindelijk toch mee. Het leger kwam op het slagveld aan en had daar kamp gezet. Ondertussen liepen de onderhandelingen tussen Sa’d en de Perzen uit en er werd een aantal dagen niet gestreden. Tijdens dit wachten begon Abu Mihjan weer te verlangen naar alcohol, hij zwikte uiteindelijk en had stiekem alcohol gedronken. Men kwam hier achter en gaf dit door aan Sa’d ibn Abu Waqqas, Sa’d werd erg boos. Hij strafte Abu Mihjan hiervoor en bond hem vast in een tent, hij mocht als straf niet meer mee strijden tegen de Perzen.

SubhanAllah dit was zijn straf: zijn geld werd niet afgepakt, hij werd niet gemarteld of uitgescholden. Nee, zijn straf was dat hij zijn leven niet mocht opofferen op het slagveld! Hij mocht niet op zoek gaan naar het Martelaarschap. Dit was zijn straf! Abu Mihjan werd hierdoor verdrietig en smeekte, hij zei dat hij berouw zou tonen, en bleef aandringen om mee te mogen strijden. Maar Sa’d weigerde en bleef bij zijn woord. Dit is het verschil tussen onze generatie en die verheven generatie uit het verleden. Wij vluchten van de strijd en van het martelaarschap, en zijn blij als we hieraan ontsnappen. Terwijl hun ernaartoe renden en verdrietig werden als ze het niet zouden bereiken. Wij zien strijden en martelaarschap als een bestraffing, terwijl hun het tegenovergestelde zagen als een bestraffing.

De slag van Al-Qaddisyah was uiteindelijk begonnen en ging voort zonder Abu Mihjan. Velen sneuvelden aan zowel de kant van de Perzen als de Moslims, dit terwijl Abu Mihjan de hele tijd vastgebonden zat in zijn tent. Hij probeerde wanhopig los te raken, maar dit lukte hem niet. Hij werd het na een tijd zat en begon te schreeuwen, waarop Salma de vrouw van Sa’d hem had gehoord. Ze kwam naar hem toe en vroeg wat hij wilde, misschien wilde hij water drinken of eten. Maar hij begon Salma te smeken, hij zei “Maak mij alstublieft los en geef mij het paard van Sa’d zodat ik ermee kan strijden! Als ik sterf dan zijn jullie van mijn last af, en als ik het overleef dan beloof ik dat ik terugkom en mijzelf weer vast zal binden!”

Sa’d kon zelf niet mee participeren aan deze slag vanwege een wond aan zijn been, hij leidde het leger op een verhoogde afstand. Dus Abu Mihjan wist dat zijn strijdpaard achter was gebleven. Salma kreeg medelijden en werd uiteindelijk overgehaald door Abu Mihjan, maar zij vroeg hem om zich aan zijn belofte te houden als hij het had overleefd. Abu Mihjan beloofd dat hij weer vastgebonden zou terugkeren naar zijn plek als hij het overleefde. Hierop maakte ze hem los en kreeg het paard van Sa’d, hij sprong op het paard en bedekte zijn gezicht zodat niemand hem zou herkennen. Uit angst dat ze hem zouden terug sturen.

Toen de Moslims hem zagen waren zij verbaasd over deze bedekte onbekende persoon, ze vroegen zich af wie dit was. Ze hadden hem nog niet eerder gezien in de strijd. Ze staarden hem verdacht na en hielden hem in de gaten. Hierop zagen ze dat hij grote heldhaftigheid toonde op het slagveld, en rake klappen uitdeelde aan de vijand. Hij maakte slachtoffers links en rechts! Toen de Moslims dit zagen dachten zij dat Umar ibn Khattab misschien versterkingstroepen had gestuurd, anderen dachten weer dat het Engelen waren waarmee Allah de Moslims had versterkt. En de meest verbaasde Moslim onder hen was Sa’d ibn Abu Waqqas zelf. Hij keek van een afstand en was geïntrigeerd over deze heldhaftige strijder. Zijn vechtstijl leek op dat van Abi Mihjan en zijn paard leek op Balqaa: het paard van Sa’d ibn Abu Waqqas. Maar hoe kan dit dacht hij bij zichzelf, want Abu Mihjan zit vastgebonden en zijn paard ook. Dus Sa’d was in verwondering en kon het niet plaatsen.

Totdat de slag was afgelopen en beide kampen terugtrokken naar hun basis. Abu Mihjan, die het had overleefd, ging terug naar zijn tent en bond zichzelf weer vast zoals afgesproken. Toen Sa’d ibn Abu Waqqas ook terug keerde keek hij of z’n paard er nog stond. Hij zag dat zijn paard aan het zweten en hijgen was. Hierop ging hij naar Abu Mihjan en zag dat hij hevig verwond en bebloed was. Sa’d vroeg aan hem “Heb jij gevochten?!” Abu Mihjan zei “Ja ik heb gevochten en beloof dat ik nooit meer zal drinken!” Hij kon zweeplagen verdragen, maar hij kon niet weerhouden worden van de Jihaad, dit was een te grote straf. Hierop zei Sa’d “En ik beloof jou dat ik jou nooit meer zo zal straffen!”

Wij leren hieruit dat een zondige Moslim ondanks zijn gebreken, ondanks zijn zonden en ondanks zijn tekortkomingen een hoog doel kan nastreven. Oh zondige broeder ook jij kunt verheven ambities hebben, jij kunt ondanks jouw zonden geliefd zijn bij Allah en Zijn Profeet, SallAllahu Alayhi wa Selam. Jij kunt van belangrijke waarde zijn voor deze Ummah en voor deze Religie. Allah heeft Abu Mihjan uitgekozen als één van de metgezellen van de Profeet ondanks zijn tekortkomingen en zonden. Hij heeft gevochten onder de rechtgeleide Khaliefen, hij heeft zij aan zij gestreden met nobele metgezellen. Dus jij kunt ook ondanks jouw grote gebreken en zonden uitgekozen worden door Allah voor een verheven geëerde positie in de Ummah. Jij kunt ook omhoog klimmen en van grote waarde zijn voor deze Ummah en deze Religie inshaAllah. Laat jouw zonden dus geen excuus zijn.

Wij hebben vaak de neiging om alleen naar de slechte daden van een persoon te kijken en deze zwaarder te laten wegen dan zijn goede daden. Maar wij leren uit de biografie van Abu Mihjan dat wij de zonden van een persoon door de vingers kunnen zien wanneer zijn goede daden vele malen zwaarder wegen dan zijn fouten. En zoals de Profeet, SallAllahu Alayhi wa Selam, heeft gezegd: “Vrees Allah waar je ook bent en laat een slechte daad opvolgen door een goede daad, want deze zal de zonde uitwissen. En gedraag je goed ten opzichte van de mensen.” [At-Tirmidhi, Hassan]

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s