De Mujahid Abu Jandal

aj

Abu Jandal – Een maan onder sterren

(Download PDF: Abu Jandal – Een maan onder sterren)

Zijn Jihad

Bismi Laahi Rahmaani Raheem,

Ik wil het bijzondere verhaal van mijn broer Abu Jandal met jullie delen. Mijn broer die op een wonderbaarlijke wijze de bijnaam Ja’far kreeg. Zijn verhaal heeft velen geraakt in As-Shaam, en ongetwijfeld zal het ook de harten raken van degenen die dit unieke verhaal lezen. Ik zal mezelf voorstellen, ik ben Abu Aicha. Ik kom uit Nederland en ben 22 jaar. Ik ben het broertje van Abu Jandal. Ik bevind mij met de gunst van Allah ook in Syrië met de Mujahideen. Ik heb Al-Hamdulilaah veel met mijn broer meegemaakt, en aan de hand van deze ervaringen wil ik zijn verhaal met jullie delen. Ik vind het erg moeilijk om over hem te schrijven en zal bij voorbaat zeggen dat ik tekort zal schieten. Ik zal hem geen recht doen met dit stuk, ik kan niet verwoorden hoe hij werkelijk was.

Mijn broer was 26 jaar toen Allah hem het Martelaarschap heeft geschonken. Hij was eerst zwaar gewond geraakt, en eind november 2013 hebben wij afscheid van hem genomen. Abu Jandal staat bij velen bekend om zijn Dawah; zo heeft hij bijvoorbeeld het oog opende boek ‘De Banier’ uitgegeven, en hij heeft een indringend interview af laten nemen met de Volkskrant. In Nederland runde Abu Jandal een succesvolle zaak. Na zo een anderhalf jaar begon hij erg goed te draaien, het ging steeds beter, hij had zelfs uitgebreid. De zaak draaide verrassend goed MashaAllah. Toen de weg tot de Jihad werd geopend in Syrië bedacht hij zich echter meteen, hij maakte een plan en twee weken later was hij in Syrië SubhanAllah. Hij koos voor de handel met Allah en verkocht zijn ziel op het slagveld.

أمطري لؤلؤاًجبالَ سرنديــبَ *** وَفِيضي آبارَ تكرورَ تِبْرَا
Al regenden het bergen aan juwelen..
Al spoten bronnen rivieren aan ruw goud naar boven.

أَنَا إنْ عِشْتُ لَسْتُ أعْدَمُ قُوتاً *** وَإذا متّ لَسْتُ أعْدَمُ قَبْرَا
Als ik leef kom ik aan onderhoud niets tekort..
Mocht ik sterven dan kom ik geen graf tekort om in te rusten.

همتي همَّةُ الملوكِ ونفسي *** نَفْسُ حُرٍّ تَرَى الْمَذَلَّة كُفْرَا
Maar ik heb de ambities van koningen!
In mijn ogen is vernedering niet veel beter dan ongeloof.

Dit wereldse leven en het hiernamaals concurreren met elkaar om de mens; vanaf onze geboorte tot aan de laatste momenten van het leven. Het lichaam van de mens is immers uit (elementen van) aarde geschapen. Onze zielen hebben daarentegen een hemelse oorsprong en komen niet van deze wereld. Dit bezwaarde lichaam wenst dus vast te houden aan deze wereld en terug te keren naar haar aardse oorsprong. Terwijl het vast geketende ziel op wenst te stijgen naar haar hemelse oorsprong. Zoals zeewater dat van nature vooruit stroomt en ondanks de sterke zwaartekracht hoog in de wolken kan verdampen, kunnen onze zielen dit bezwaarde lichaam dat van nature vasthoudt aan deze wereld ook van de grond krijgen. Met de Wil en Hulp van Allah is dit ondanks de grote inspanningen mogelijk. Allah heeft immers geopenbaard: “O jullie die geloven, wat scheelt jullie wanneer er tegen jullie wordt gezegd “Beweeg voort op de Pad van Allah!” jullie bezwaard op de grond zakken? Zijn jullie meer tevreden met het wereldse leven dan het Hiernamaals? Want het genot van het wereldse leven is zeer kort in vergelijking met het Hiernamaals!” (At-Tawbah, Aya 38)

Het verlangen van Abu Jandal naar het Paradijs werd nog duidelijker in Syrië. In Syrië bleef hij nooit stil zitten! En nadat Abu Walae het Martelaarschap verkreeg ging hij zelfs nog gretiger op zoek naar het Martelaarschap. Het Martelaarschap van zijn beste vriend Abu Walae was een moeilijk moment voor hem. Desondanks bleef hij geduldig en beheerst, hij begreep dat dit het doel was waarvoor zij waren gekomen. Abu Jandal is samen met Abu Walae naar Syrië vertrokken en ze wilden samen het Martelaarschap verkrijgen. Abu Jandal had dus verdriet van het feit dat hij niet aanwezig was bij zijn Martelaarschap. Je zag daarom dat Abu Jandal na het Martelaarschap van Abu Walae was veranderd, hij ging gretig op zoek naar de Shahadah. Abu Jandal wilde zijn Heer ontmoeten en zich voegen bij zijn broeders die hem voor waren gegaan. Abu Jandal had samen met Abu Walae, moge Allah hen beiden accepteren, een goede pick-uptruck gekocht. Deze auto zou enkel voor Jihad doeleinden gebruikt worden. Deze auto mocht niet verkocht worden. Niemand mocht hem ook erven na hun overlijden. Deze auto mocht enkel voor grensbewakingen en aanvallen gebruikt worden. Omdat Abu Jandal een eigen auto had vertrok hij altijd naar elk mogelijk front, hij was overal te vinden.

Er is van de Profeet (SalAllahu Alayhi wa Selam) overgeleverd: “De beste onder de mensen is degene die de teugels van zijn paard beetneemt op het pad van Allah (d.w.z. hij staat paraat om uit te rukken), en op zijn paard springt zodra hij een angstige kreet hoort of een roep om hulp. Hij raast ernaar, en zoekt de dood op plaatsen waar het gevonden kan worden.” (Saheeh Muslim)

Ik herinner mij dat er een tekort was aan auto’s op een gegeven moment, en de broeders moesten zoals gewoonlijk, van en naar het front, opgehaald en gebracht worden. Abu Jandal twijfelde niet en bood zijn hulp aan, dit deed hij nadat hij net klaar was met het wachthouden van de vijandige linies (Harrass). Desondanks was hij constant bezig met het ophalen en wegbrengen van broeders, wapens, en allerlei andere benodigdheden. Wij weten hoe vermoeiend grensbewaking (Ribaat) kan zijn, je merkte dit echter totaal niet aan hem. Je zag hem enkel geduldig glimlachen, terwijl hij op en neer reed, broeders ophaalde en afzette. Zijn omgang met de broeders was geweldig, iedereen getuigd ervan dat ze enkel goedheid, gulheid en liefde van hem zagen. Hij deelde alles met iedereen. Hij stond voor iedereen klaar. Zowel de Ansaar (de Syriërs) als de Mujahireen (immigranten) hielden van hem, en dit was wederzijds. Hij hield er vooral van om de Ansaar te helpen, want meestal bezaten ze niet veel. Vanwege zijn goede karakter accepteerden de Ansaar zijn adviezen ook altijd meteen.

Abu Jandal was een soort freelancer. Hij ging overal heen waar aanvallen werden uitgevoerd. Het maakte hem niet uit of dit door zijn eigen eenheid werd uitgevoerd of niet, zolang dit onder opdracht van Jabhat An-Nusra viel, was hij van de partij. Jabhat An-Nusra heeft het altijd druk in de vele noodgebieden van Syrië, dus ik zag hem bijna nooit. De aankoop van zijn auto was gezegend Al-Hamdulilaah, zijn auto werd tot kort geleden gebruikt op het front. We hebben de auto helaas moeten verkopen vanwege schade, en hebben een andere pick-up gekocht van mindere kwaliteit. Zijn auto heeft het na een luchtaanval begeven. Dit gebeurde in allereerste nacht van de coalitie aanvallen op Syrië. Hierbij werden ruim vijftig leden van Jabhat An-Nusra gedood, waaronder drie broeders uit Nederland. Moge Allah de drie broeders Abu Firdaus, Abu Abdullah en Abu Zubayr accepteren. Hetzelfde geldt voor de rest van de broeders die hier enorm gemist worden.

مالي وللسراء بعد معاشرٍ *** صدقوا هوى فتقاربوا آجالا
Ik kan geen rust meer vinden nadat ik mensen heb gezien..
Die waarachtig waren in hun intenties, en richting de dood marcheerden.

زُهْرٍ أودّع كلّ یوم منهمُ *** قمرًا وأودع في الصعید هلالا
Als glinsteren sterren neem ik dagelijks afscheid..
Van een maan onder hen, en zwaai uit, een verheven maansikkel.

إخوانُ صدقٍ شرّدوا بفراقهم *** نومي وكانوا للسرور عقالا
Oprechte broeders die met hun afwezigheid..
Mijn slaap hebben weggejaagd, zij waren de piek van mijn genoegen.

ودعتهم رسل المنون فأوجفوا *** يتتابعون إلى الردى أرسالا
Zij werden geroepen door de aankondiger van de dood, snel gaven ze gehoor..
In troepen antwoordde zij, en vielen tot hun lot, de ene na de andere.

In het begin van 2013 waren grote delen van Aleppo in handen van de Mujahideen gevallen. Hierop stuurde het laffe Syrische regime duizenden soldaten van Hizbullah (uit Libanon) naar Aleppo. Het Syrische leger vocht, en vecht nog steeds, enkel op de achtergrond mee met zwaar geschut en luchtaanvallen. Ondanks dat het Syrische regime de hoofdvijand is in deze oorlog, is het eigenlijk geen oorlog meer te noemen tegen het Syrische regime. De milities die het regime steunen hebben een prominentere aanwezigheid op het slagveld, alsof dat niet erg genoeg is wordt het Syrische regime nu zelfs gesteund met coalitie aanvallen. Het Syrische regime had destijds, in samenwerking met Hizbullah, de stad As-Safirah (achter Aleppo) overgenomen na enkele weken strijd. Ze waren een groot offensief begonnen, er waren hevige gevechten uitgebroken in Aleppo. Alle broeders werden dus opgeroepen en iedereen moest uitrukken. Wij werden in eenheden naar posities gestuurd om de stad te verdedigen. Ik was met enkele broeders naar een positie gestuurd achter Aleppo en na twee weken keerden wij weer terug. Abu Jandal zou destijds met een andere groep meegaan.

In de twee weken dat ik weg was hadden we helemaal geen telefoon bereik. Ik was bezig met de voorbereidingen op een aanval en had verder geen contact met mijn broer. Toen ik echter na twee weken weer naar huis ging dacht ik tijdens de reis enkel aan Abu Jandal. Waar was hij? Zou hij het Martelaarschap hebben gekregen? Zo spookten er meer vragen door mijn hoofd. De reis duurde minstens zes uur, omdat wij helemaal om Aleppo heen moesten rijden. In deze zenuwslopende tijd maakte ik mij veel zorgen om mijn broer. Ik wilde weten waar hij was. Dus eenmaal thuis aangekomen reed ik gelijk naar zijn basis om te vragen waar hij was. Daar gaf elke broeder mij echter weer een ander antwoord. Hij was op dat front, en dan hoorde ik weer dat hij op een ander front was. Het was zeker dat hij op een front aanwezig was, maar niemand wist dus precies welk front. Achteraf bleek dat hij na een kleine aanval, weer naar een andere positie was vertrokken. Omdat Abu Jandal in het bezit was van een eigen auto, verplaatste hij zich telkens naar meerdere posities. Hij was op elk mogelijk front te vinden waar vijanden van plan waren een aanval te openen op Moslims.

Nadat ik drie dagen thuis was werd ik gebeld. Ik kan me dit moment nog goed herinneren, het moment dat mijn leven heeft veranderd. Het was een goede vriend van Abu Jandal, die een tijdje geleden gewond was geraakt en op de basis verbleef. Hij belde mij en zei “Selamu Alaykum Abu Aicha heb je het gehoord?” Ik zei “Nee, wat is er dan?” Hij zei “Heb je niet gehoord over je broer?” Ik zei weer “Nee, vertel mij.” Het deed hem erg pijn, hij kwam maar niet uit zijn woorden. Hierop zei hij “Ik SMS jou wel want het is moeilijk om door de telefoon te vertellen.” Toen zei ik “Nee broeder zeg het nu want straks komt die SMS niet aan.” We hebben hier heel slecht bereik vandaar. Daarop zei hij “Jouw broer ligt in het ziekenhuis, hij is zwaar gewond. Zijn beide benen zijn geamputeerd..”

Zijn Martelaarschap

De broeders die met hem op het front waren vertelden mij dat ze werden gestuurd naar een berggebied waar de vijanden voort waren getrokken om Aleppo aan te vallen. Dit gebied ligt voor Naqqarin. Naqqarin ligt voor de industriële wijk van Aleppo, Shaykh Najjar. Meerdere strijdgroepen namen deel op dit front waaronder Ahraar As-Shaam, Jabhat An-Nusra, Ad-Dawlah en eenheden van Jash Al-Horr. Ze hadden geen zware wapens dus alle strijdgroepen trokken zich terug, waaronder Jabhat An-Nusra. Maar een Amir (commandant) van Jabhat An-Nusra zei “Hoe kunnen wij uit dit gebied terugtrekken en de vijanden het laten overnemen, zonder ook maar één kogel te hebben afgevuurd?” Een groep van uiteindelijk tien broeders bleef achter en de rest was teruggetrokken. Toen een gepantserd voertuig (BMP) van de vijanden naderde werden de broeders opgeroepen om het uit te schaken. Toen ze aankwamen bleek er geen BMP te zijn. Dus de broeders liepen terug.

Op dat moment sloeg een raket of tankgranaat in naast Abu Jandal. Twee Muhajireen (immigranten) kregen direct de Shahadah. De andere broeders raakten zwaar gewond. Toen de Amir dit zag kwam hij gelijk aanrennen en zei “Abu Jandal ik kom eraan!” Hij kwam de broeders helpen maar hierop sloeg een tweede raket in. De Amir verkreeg hierbij ook de Shahadah. De band tussen deze Syrische commandant en Abu Jandal was heel sterk. Deze commandant was een pracht van een broeder, wanneer ik aan hem denk mis ik hem nog steeds enorm. Moge Allah hem accepteren.

Twee broeders hadden alle gewonden in een auto geplaatst. Een broeder nam het stuur, startte de auto en reed naar het ziekenhuis. In de hectiek vergat hij dat de auto feitelijk kapot was en niet startte. Achteraf realiseerde hij zich pas dat de auto zonder problemen was gestart terwijl hij eigenlijk niet reed. Dit was een klein wonder waarmee Allah Zijn zwakke dienaren heeft gesteund Al-Hamdulilaah. De broeders die in de auto lagen zeiden tegen mij dat ze allemaal schreeuwden van de pijn. Vrijwel alle broeders waren zwaargewond, de pijn was ondraaglijk. Ze zeiden dat het Abu Jandal was die iedereen tot kalmte riep en tegen hen zei dat ze geduld moesten hebben met de pijn. Hij pakte de hand van een broeder vast en zei “Geduld broeder, geduld broeder!” Terwijl alle broeders hard schreeuwden bleef Abu Jandal geduldig en beheerst, op wat licht gekreun na. Hij lag in de pick-up en had geen benen meer, desondanks probeerde hij zichzelf omhoog te duwen om te zitten.

Het geduld en tevredenheid dat Abu Jandal later in het ziekenhuis vertoonde was bijzonder. Het meest belangrijke en meest bijzondere geduld is echter het geduld dat je vertoond bij de eerste shock; wanneer je verrast wordt door de beproeving. Zoals de Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) ons duidelijk heeft gemaakt in een Hadith. Het is namelijk gemakkelijker om geduld te tonen nadat je over de shock heen bent en de beproeving geleidelijk bent gaan accepteren. De sterke gelovige zal echter gelijk bij de allereerste confrontatie met de beproeving het nodige geduld tonen. Voor een Mujahid in Syrië is het verliezen van beide benen de ergste nachtmerrie, dit betekent dat je nooit meer kunt vechten op het front. Desondanks bleef Abu Jandal dankbaar en geduldig Al-Hamdulilaah.

Wij moeten ons beseffen dat Allah Al-Wadud is (De Meest Liefhebbende). Hij heeft ons meer lief dan onze ouders. Hij heeft ons meer lief dan wij ons zelf lief hebben. Allah heeft ook doelbewust het woord Al-Widd gebruikt om Zijn Eigenschap voor liefde te omschrijven in plaats van Al-Hobb. De twee Arabische woorden betekenen namelijk allebei liefde, echter draagt Al-Widd de implicatie van ‘handelen naar liefde’. Terwijl Al-Hobb bij slechts een innerlijk gevoel kan blijven dat zich niet vertaalt in handelingen. Hoeveel mensen hebben ons lief maar laten dit niet blijken? Sterker nog, hoeveel mensen hebben ons lief maar doen ons desondanks kwaad? De Liefde van Allah vertaalt zich echter in handelingen. Als we begrijpen dat Allah zo van ons houdt, dan moeten wij achter elke beproeving Zijn liefde zien. De Profeet (SallAllahu ‘Alayhi wa selam) zei “De grootte van de beloning komt met de grootte van de beproeving. Dus wanneer Allah van mensen houdt, beproeft Hij hen.” (At-Tirmidhi)

We wilden Abu Jandal opzoeken in het ziekenhuis. Dit was niet zo makkelijk, het duurde even voordat we hem had gevonden omdat niemand wist in welk ziekenhuis hij lag. Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen zochten we naar zijn kamer. We liepen naar binnen en zagen hem op bed liggen. Daar lag hij, mijn broer Abu Jandal. Het was moeilijk voor mij om hem daar zo te zien liggen. Het is ook moeilijk om te omschrijven hoe hij eruit zag, de brandwonden, de amputatie.. je zag aan hem dat hij in pijn verkeerde. Maar hij was degene die ons vragen stelde! Hij vroeg “Hoe gaat het met jullie?” En zo vroeg hij verder naar andere broeders. Wij waren daarentegen erg stil, we wisten niet zo goed wat te zeggen. Het deed ons erg pijn om hem zo te zien. Abu Jandal zei daarentegen “Al-Hamdulilaah ik ben heel tevreden met wat mij is overkomen. Allah wilde dit voor mij. Daar ben ik niet alleen tevreden mee, ik ben daar zelfs heel blij mee.” Ik ken hem goed, dit waren niet zomaar woorden! Je zag aan hem dat hij dit uit zijn hart meende. Bij Allah hij was zo sterk. Ik ben zijn broertje maar iedereen zal het hierover eens zijn. Alle broeders die hem bezochten zeiden dit toen ook.

أُطاعنُ خيلاً من فوارسها الدهرُ *** وحيداً وما قولي كذا ومعي الصـــــبرُ
Ik vecht tegen paarden bereden door ruiters van de tijd..
Helemaal alleen, nee ik vergis mij, want met mij is het geduld!

تمرَّسْتُ الآفاتِ حتَّى تركتُــــــها *** تقول : أماتَ الموتُ أم ذُعر الذعـــــــرُ
Vastberaden sta ik tegenover de beproevingen, totdat het zich afvroeg..
Is de dood soms gestorven of is de angst zelf bang geworden?

Hoe Abu Jandal in het ziekenhuis was, dat is SubhanAllah niet te omschrijven. Zijn beide benen had hij opgeofferd. Zijn lichaam was met brandwonden bedekt. Behalve zijn borst, vanwege zijn gevechtsvest, die had de brand tegengehouden. Hij was er erg aan toe, maar geduld won het van de pijn. Er waren broeders in het ziekenhuis die van de pijn schreeuwden vanwege een kleine scherfwond of iets dergelijks. Abu Jandal schreeuwde nooit, het leek alsof hij geen pijn had. Dit was mijn broer, zo is hij altijd geweest. Bescheiden in zijn geluk, in zijn verdriet, in zijn vreugde en in de pijn die hij voelde. Hij accepteerde de Qadar (Lotsbeschikking) van Allah volledig en toonde zijn tevredenheid met het besluit van Allah. Op een gegeven moment zei hij ook letterlijk tegen mij “Abu Aicha ik voel mij zóóó goed.” Het was een hele bijzondere ervaring voor ons beiden die ik moeilijk kan omschrijven. Steeds wanneer het hem een beetje moeilijk werd kreeg hij iets van Allah dat hem weer sterk maakte. Hij had Sakeenah (innerlijke rust) gekregen van Allah ‘Azzawajal. Ik zag dit aan hem, en ik kan zeggen dat het een ware gunst is van Allah om dit te mogen hebben zien.

Er waren wat belangrijke zaken die mijn aandacht eisten op dat moment, dus ik moest de broeders achterlaten met Abu Jandal in het ziekenhuis. Ik kwam de volgende dag terug om hem naar een beter ziekenhuis te verplaatsen, daarna weer een ander ziekenhuis. Nadat we alleen met hem waren vertelde hij tegen mij, en een andere broeder, dat hij twee prachtige dromen heeft gehad. In de eerste was hij aan het vliegen als een vogel, hij vloog een hele tijd. In die droom dacht hij dat hij Shaheed (Martelaar) was, hij voelde zich heel goed, hij had heel veel rust in zijn hart. Vanwege dit gevoel dacht hij in die droom dat hij Shaheed was, het kon niet anders. Hierna werd hij wakker. Even later kreeg hij weer een andere droom, hij vertelde mij “Ik heb daarna gedroomd dat Allah tegen mij zei: Ik ben tevreden over jouw zaak en de zaak van Abu Basir.” Allahu Akbar! Een prachtig voorteken.

Abu Jandal lag twee weken in het ziekenhuis en na de 12de dag was hij, na een operatie, niet meer wakker geworden. De arts zei dat hij neurologische schade had opgelopen. We brachten hem naar de Turkse grens waar betere ziekenhuizen zijn, en waar ze de apparatuur hadden om hem te behandelen. Hij lag in een coma en zijn ademhaling werd kunstmatig bediend. Toen we aan waren gekomen bij het ziekenhuis aan de Turkse grens, bleken ze de benodigde apparatuur niet te hebben. Dus de ziekenhuisbroeders brachten hem naar Turkije waar hij drie dagen later het Martelaarschap heeft gekregen. InshaAllah. Moge Allah hem accepteren en moge Allah ons in het Paradijs verenigen.

Ik herinner mij dat Abu Jandal op een gegeven moment een operatie moest ondergaan van twee á drie uur. Ik besloot toen om naar beneden te gaan zodat ik een beetje kon uitrusten en slapen in de auto. Ik had al dagen slecht geslapen en was oververmoeid geraakt. Toen ik mijn ogen dicht deed in de auto droomde ik dat ik weer naar boven ging in het ziekenhuis. Daar zag ik de arts staan, dus ik vroeg aan hem hoe de operatie was gegaan. Waarop de arts zei dat de operatie erg goed was gegaan. Ik was blij met dit nieuws en liep weer naar beneden om iets te halen uit de winkel, die recht onder het ziekenhuis lag. Ik kwam daar een onbekende man tegen die aan mij vroeg “Hoe gaat het met Ja’far?” Ik zei dat ik Ja’far niet ken. Hij herhaalde de vraag weer en zei “Nee, hoe gaat het met Ja’far?”. Ik zei nogmaals dat ik hem niet ken. Hierop zei hij “Hoe gaat het met Ja’far, jouw broer?” Ik zei “Mijn broer heet Abu Jandal niet Ja’far.” Daarop antwoordde de man “Nee, jouw broer is Ja’far.”

Dit deed mij gelijk denken aan het verhaal van Ja’far At-Tayyar! De Metgezel Abu Ja’far ibn Abu Talib was de oudere broer van Ali ibn Abu Talib, beiden twee directe neven van de Profeet. Hij was zeer geliefde bij de Profeet, het is ook bekend dat Ja’far het meest op de Profeet leek, in zowel uiterlijk als karakter. Na zijn Martelaarschap kreeg Ja’far kreeg de bijnaam At-Tayyar en Dhul Janahayn (de gevleugelde). Hij was als Martelaar gestorven in de slag van Mutah, hierbij verloor hij zijn beide armen. In deze slag stonden slechts 3000 Moslims tegenover 200.000 Romeinen. Desondanks kregen de Moslims al snel de overhand. Na zes dagen besloten de Romeinen zich te focussen op de vlaggenaanvoerders. Ze hoopten dat het Moslim leger uiteen zou vallen als ze hun vlag niet meer zagen. De Profeet had de aanvoerders persoonlijks benoemd. Hij zei dat de eerste aanvoerders Zayd ibn Haarithah was, en als hij stierf Ja’far ibn Abu Talib, en als hij stierf Abdullah ibn Ruwaahah.

De Romeinen bleven met pijlen vuren totdat Zayd stierf, hierop pakte Ja’far de vlag en stapte van zijn paard af om geen gemakkelijk doelwit te vormen voor de schutters. Toen zijn rechterhand eraf werd geslagen pakte hij de vlag snel weer beet met zijn linkerhand. Toen zijn linkerhand eraf werd geslagen pakte hij de vlag beet met zijn stompen. Zo veel liefde had hij voor de Islamitische vlag. Abdullah ibn Umar zei later dat hij meer dan veertig steekwonden op de borst van Ja’far had geteld, maar toen hij hem omdraaide zag hij geen enkele steekwond. Hij bleef de zwaarden trotseren totdat hij stierf en keerde zijn rug geen enkel moment toe! Toen het nieuws de Profeet bereikte raakte hij erg emotioneel, hierop openbaarde Allah aan de Profeet dat de armen van Ja’far vervangen werden met twee vleugels en hij met de Engelen rondvloog in het Paradijs. Toevallig heeft Abu Jandal hier ook over gesproken in het interview met de Volkskrant. Hij zei “Het oplopen van letsels behoort tot de opoffering die je moet overhebben voor de Jihaad. Het oplopen van zulk letsel brengt ook een grote beloning met zich mee, zo leren wij uit de biografie van de eerste vrome generatie dat Ja’far At-Tayyar beloond werd in het Paradijs met twee vleugels, omdat hij zijn armen had verloren.”

Zijn Dawah

Zijn liefde voor de Dawah was zo groot dat een familielid een keer droomde dat Abu Jandal uit respect over de hand aaide van een bekende prediker. Ik zelf ben getrouwd en heb een eigen woning. Integendeel tot Abu Jandal die niet getrouwd was en op de thuisbasis verbleef, ongeveer driekwartier van mijn woning. Voordat Abu Jandal als Martelaar zou sterven had onze familie heel veel dromen over hem gekregen, misschien wel vijftig dromen of meer, zonder te overdrijven. Ik en alle gezinsleden hebben allen vele dromen gehad, en in bijna elke droom nam hij afscheid van ons! Het was bij ons dan ook duidelijk dat hij spoedig de Shahadah zou krijgen, we waren hierop voorbereid. Dus telkens wanneer ik even tijd had reed ik driekwartier naar zijn basis om hem te bezoeken. Maar bij Allah, ik kwam hem nooit tegen. Hij was altijd weg, hij was altijd de grenzen aan het bewaken of hij nam deel in een aanval. Hij offerde zijn tijd en energie volledig op omwille van Allah. Wanneer hij dan een keer aanwezig was op de thuisbasis, was hij de hele dag bezig met Dawah op zijn laptop. Hij had een aandeel in vele Dawah projecten, op zowel het internet als op straat.

Een Nederlandse broeder die ook zwaar gewond was geraakt met Abu Jandal zei tegen mij “Bij Allah ik heb nog nooit zo iemand als jouw broer gezien. De dag voordat wij gewond raakten ging ik een beetje klagen bij Abu Jandal dat we al een hele lange tijd op Ribaat waren, en dat ik naar de basis terug wilde gaan om te douchen en uit te rusten. Abu Jandal antwoordde toen dat een Moslim niet rust op deze wereld, en wij pas in het hiernamaals zullen uitrusten.” Hij hield niet van tijdverspillen, hij wist zijn tijd altijd goed te benutten. Vrije tijd liet hij nooit verloren gaan, hij was altijd wel bezig.

دَقَّاتُ قلبِ المرءِ قائلة ٌ له *** إنَّ الحياة َ دقائقٌ وثواني
De kloppingen van het hart zeggen tegen ons..
Het leven is slechts minuten en seconden.

فارفع لنفسك بعدَ موتكَ ذكرها *** فالذكرُ للإنسان عُمرٌ ثاني
Dus schrijf geschiedenis voordat je komt te sterven..
Want geschiedenis is een leven na de dood.

Broeders getuigen er ook van dat hij echt een goed inzicht had voor Dawah. Hoe hij over bepaalde zaken nadacht was opmerkelijk. Hij dacht altijd drie stappen vooruit. Wanneer ik hem om advies vroeg, gaf hij altijd scherpe doordachte antwoorden. Hij gaf nooit zomaar antwoord. Hij liet ook nooit gelijk zijn mening weten. Hij dacht altijd eerst goed na voordat hij een beslissing nam. Zo staat hij ook bekend. Echt alle broeders hielden van hem, en hij hield ook van hen. De Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) zei ook: “Op het dag des oordeels zullen er zetels voor bepaalde mensen rondom de Troon van Allah worden klaar gezet. Hun gezichten zullen als de volle maan schijnen. Terwijl de mensen het uitschreeuwen van verschrikking, zullen zij niet schreeuwen. Terwijl de mensen angstig zijn, zullen zij niet angstig zijn. Zij zijn de geliefden (Al-Awliyaa) van Allah, over wie geen vrees zal komen noch zullen zij treuren.” Toen werd er gevraagd wie deze mensen dan zullen zijn. De Profeet antwoordde: “Het zijn degenen die van elkaar houden omwille van Allah.” (Musnad Ahmad, Saheeh)

Omdat onze familie door de vele goede voortekenen al voorbereid werden op het Martelaarschap van Abu Jandal, was het slechts afwachten op de dag dat het nieuws hen zou bereiken. Deze dag zit nog goed in het geheugen: op zondag 24 november rond half acht in de avond werd mijn familie gebeld. Ik gaf hun het goede nieuws dat Abu Jandal de Shahadah heeft verkregen inshaAllah. Het eerst wat mijn familie deed na het horen van dit nieuws, was knielen voor Allah uit dankbaarheid (Sujood As-Shukr). Tranen rolden over hun wangen, niet van verdriet, maar van blijdschap! Ze smeekten Allah om Abu Jandal te accepteren, dit was waarna hij streefde en Allah had het hem geschonken. Alles wat hij lief heeft gehad, liet hij achter om de tevredenheid van Allah te zoeken.

Het is bijzonder hoe onze familie omging met het Martelaarschap van Abu Jandal. Ze vertellen dat zijn Martelaarschap kwam als een groot cadeau ondanks het gemis dat niet te beschrijven is. Onze vader had bijvoorbeeld een prachtige band met Abu Jandal. Ze begrepen elkaar met slechts één blik. Onze vader begreep hem zonder woorden. Hun afscheid was dan ook uniek. De dag dat Abu Jandal vertrok en onze vader hem voor het laatst omhelsde was een moment van veel verdriet, maar het gevoel van trots en eer ontbrak niet. Onze vader gaf Abu Jandal iets mee op het pad naar het Paradijs. Hij zei “Hier mijn zoon, deze stevige schoenen zul je nodig hebben.” Onze vader kon het verdriet en gemis moeilijk plaatsen, hij wist dat het weerzien pas in het Paradijs zou zijn. De dag na het Martelaarschap van Abu Jandal sprak ik mijn vader, toen zei hij tegen mij “Mijn zoon, het is nu aan jou om de Shahadah te krijgen. Moge Allah jou het Martelaarschap schenken mijn zoon.” Zo ook toen de familie het nieuws kreeg dat Abu Jandal zwaar gewond was geraakt op het front. Dit was een grote beproeving, desondanks accepteerden ze de Lotsbeschikking van Allah. Zij zagen niet de wonden, maar de status die bij Allah werd verdiend en de enorme beloning die te wachten stond.

De beproeving die Abu Jandal moest ondergaan in het ziekenhuis heeft hem gespaard van een veel grotere beproeving. Want mijn broer Abu Jandal heeft Al-Hamdulilaah het Martelaarschap gekregen voordat de Fitna tussen de Mujahideen in Syrië uitbrak. Allah heeft hem gespaard van deze pijnlijke- maar noodzakelijke beproeving. Het slagveld in As-Shaam is niet zoals elk ander slagveld, Allah heeft iets groots voor dit bijzondere slagveld voorbereid! Daarom heeft deze gezegende oorlog de Ummah en de rangen van de Mujahideen als geen enkele andere slagveld gereinigd. Zo heeft As-Shaam de sektarische Alawieten, de Rawaafidh en hun achterbakse bondgenoten legendarisch ontmaskerd. Niet lang geleden zagen Moslims Hizbullah bijvoorbeeld nog als een heldhaftige Islamitische strijdgroep, hetgeen nu dus slechts een sektarische moordbende blijkt te zijn van het Sjiitische Iran.

Al-Fudayl ibn Iyad zei: “Zolang mensen zich in welzijn bevinden blijven ze bedekt. Wanneer ze echter getroffen worden door een beproeving zal hun werkelijke aard bekend worden. Een gelovige zal op dat moment richting zijn geloof toelopen, en een hypocriet zal richting zijn hypocrisie toelopen.”

As-Shaam heeft de verraderlijke hypocrieten ontmaskerd. As-Shaam heeft ook het westen en de verachtelijke internationale gemeenschap ontmaskerd. As-Shaam heeft daarbovenop de extremisten onder de Mujahideen ontmaskerd, en dit was de meest pijnlijke- maar wellicht ook de meest belangrijke ontmaskering in deze tijd. Zoals geopenbaard: “Allah zal de gelovigen niet in de toestand laten waarin jullie nu verkeren, totdat Hij het slechte van de het goede scheidt.” (Ali-Imraan, 179)

Abu Jandal was SubhanAllah één van de eerste Nederlandse broeders in Syrië die het extremisme herkende, omdat hij iemand was die uit de bronnen van kennis had gedronken. Met het licht van leiding kon hij snel zaken herkennen en analyseren. Hij benaderde zaken ook met veel wijsheid, wanneer hij een meningsverschil had met broeders zag je deze wijsheid altijd terug. Het is dus niet gek dat een Belgische broeder in Syrië, laatst nog tegen mij zei “Wallahi wij hebben Abu Jandal nu nodig, hij gaf de Nederlandse broeders altijd goed advies.” Hij riep altijd op tot eenheid en geduld. Wanneer hij in het ziekenhuis hoorde over mogelijke vooruitgangen in deze Fitna was hij heel erg blij, en maakte Dua voor eenheid. Ondanks dat hij zwaar gewond in bed lag maakte hij zich zorgen over de aangelegenheden van de Mujahideen. Hij lag zwaar gewond in bed; maar zijn gedachten waren altijd op het front. Hij vroeg voortdurend naar de vooruitgangen en ontwikkelingen op het slagveld.

Veel Moslims zullen wellicht ontmoedigd zijn geraakt door de pijnlijke beproevingen in Syrië. We moeten ons echter beseffen dat het bevrijden van onze Moslim landen en het opbouwen van een Islamitische heerschappij een enorm project is wat om zeer grote opofferingen vraagt. Hoeveel mensen willen bijvoorbeeld een kind ondanks dat dit om opofferingen vraagt. Het maandenlang dragen van een kind, het baren, ervoor zorgen en het opvoeden vraagt veel van ons. Deze opofferingen geven ons niet eens de garantie dat we een gezond kind zullen baren of een rechtschapen kind zullen opvoeden. Zwangerschap en opvoeding komen met vele risico’s en opofferingen. Zien mensen deze opofferingen en deze risico’s echter als excuus om geen kinderen te krijgen? Nee, dit blijft een grote wens voor velen ondanks de prijs die hieraan hangt. Dit is slechts een heel klein voorbeeld voor iets dat historisch in omvang en invloed zal zijn op de wereld.

Het westen heeft meer dan tachtig miljoen levens opgeofferd voor hun vrijheid en onafhankelijkheid in de eerste- en tweede wereldoorlog. Zonder de miljoenen slachtoffers te tellen van hun vijanden. Als we inzien dat het miljoenen levens heeft gekost voor het westen om onafhankelijk en vrij te leven, dan moeten we ons realiseren dat de geboorte van een vrije en onafhankelijke Islamitische staat ook om grote opofferingen zal vragen. Zoals de Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) ook heeft voorspeld in de Ahadeeth over Al-Malhamah (Armageddon). Moslims horen meer dan het westen bereid te zijn om hun levens op te offeren voor hun vrijheid en onafhankelijkheid. Niet alleen is het een plicht om tegen onrecht op te staan, het wordt ook nog eens onvoorstelbaar beloond in het Hiernamaals.

Wij moeten niet vergeten dat Allah ons lief heeft en genadig is. Wij moeten alle gebeurtenissen vanuit dit perspectief bekijken. Zo heeft de Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) bijvoorbeeld gezegd: “Mijn Ummah is genade getoond. Zij zullen niet bestraft worden in het Hiernamaals, maar hun bestraffing zal in deze wereld bestaan uit beproevingen, rampen en gedood worden.” (Abu Dawud)

De Fitna in Syrië is een gevoelig onderwerp, het vraagt om veel geduld en wijsheid. Maar het zou naïef zijn geweest om te denken dat er geen extremisten bestaan in deze tijd. In de tijd van de Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) en de Metgezellen bestonden er verraders en hypocrieten, wij beseffen ons dit en begrijpen goed dat ze nu ook bestaan. In de tijd van de Profeet en de Metgezellen bestonden er echter ook extremisten. Zij verklaarden metgezellen zelfs tot ongelovigen, pakten de wapens tegen hen op, en hebben hen gedood. Als zij in dat gouden tijdperk van de Islam bestonden, dan is het begrijpelijk dat ze nu ook bestaan. Dus wij moeten ons niet laten ontmoedigen door deze beproevingen zoals onze vrome voorgangers zich ook niet lieten ontmoedigen, want deze beproevingen zitten immers vol met Goddelijke wijsheid. Niet lang geleden zagen Moslims bijvoorbeeld geen onderscheid tussen de Mujahideen, ze bestempelden hen allen als helden of allen als extremisten. Maar met de zware beproevingen in As-Shaam maakte Allah de Ummah duidelijk dat er inderdaad extremisten onder hen bestaan. Naast een groep Mujahideen die gewoon onderdeel zijn van deze Ummah en zich streng vasthouden aan de Islamitische richtlijnen (van o.a. de Jihad). Na dit beslissende onderscheid opende de Ummah haar armen voor deze laatste groep Mujahideen, zelfs de Moslims die altijd met argwaan en afkeur naar hen keken. Al-Hamdulilaah kan ik ook zeggen dat vrijwel alle broeders uit Nederland in Syrië behoren tot deze nobele groep Mujahideen.

De Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) zei: “Er zijn twee soorten gevechten: degene die het genoegen van Allah zoekt, zijn leider gehoorzaamt, van datgene weggeeft wat hij als waardevol beschouwt, zijn kameraden zachtaardig behandeld en geen onheil sticht. Al zijn tijd zal beloond worden, of hij nu sliep of wakker was. Maar degene die opschiep en voor aanzien vocht, zijn leider ongehoorzaam was en onheil stichtte op aarde, zal terugkeren zonder de beloning.” (Abu Dawud)

Het is opmerkelijk dat de meeste broeders uit Nederland onder de juiste vlag vechten als we na gaan dat de meeste predikers in Nederland, en zelfs veel geleerden in de Islamitische wereld, zwijgen over de Jihad en aanverwante theologische onderwerpen. Ze maken niet duidelijk wat de juiste richtlijnen zijn hieromtrent, en dit is zonder twijfel de grootste kernoorzaak van extremisme en dwaling op het slagveld. Abu Jandal hield zich daarom ook druk bezig met Dawah. Abu Jandal onderwees veel Moslims de Islamitische richtlijnen van de Jihad en nam de verantwoordelijkheid op die anderen lieten liggen. Dit is de manier waarop extremisme wordt voorkomen; integendeel tot zwijgen, of de Ummah politiek- en theologisch misleiden over de Jihad. De Ummah zal de predikers en geleerden die over de Jihad zwijgen, of hier misvattingen en leugens over verspreiden, aansprakelijk houden voor het extremisme in de rangen van de Mujahideen. Want hun zwijgen en hun verdraaiingen zal de Jihad niet doen stoppen, Moslims zullen deze aanbidding zeker niet verlaten. Zoals Moslims echter fouten zullen maken in het gebed als predikers en geleerden de juiste richtlijnen van het gebed weigeren uit te leggen of verdraaien, zo zullen de Moslims ook fouten maken in hun Jihad. En zoals we het gebed niet de schuld geven vanwege die fouten, geven wij de Jihad ook niet de schuld.

والجهلُ داء قاتلٌ وشفاؤه *** أمران في التركيب متفقانِ
Onwetendheid is een vernietigende ziekte.
Het medicijn: twee zaken in volmaakte balans toegediend.

نص من القرآن أو من سنة *** وطبيب ذاك العالم الرباني
Een tekst uit de Quran en de Sunnah.
De dokter: een toegewijde oprechte geleerde.

Geleerden die wel over de Jihad en aanverwante onderwerpen spreken zitten of zaten voor het merendeel vast in de gevangenis: zoals Shaykh Abu Muhammad Al-Maqdisi, Shaykh Abu Qatadah, Shaykh Naasir Al-Ulwaan, enz. De vijanden van deze Ummah hebben zelfs talloze Mujahid geleerden en leiders gedood, slechts omdat ze de waarheid spraken: zoals Shaykh Abu Yahya Al-Libi, Khalid Husainaan, ‘Atiyatullah Al-Libi, Anwar Al-Awlaki, enz. De prijs voor de waarheid is dus zeker niet goedkoop. Echter zou de dwaling en het extremisme in de rangen van de Mujahideen enorm zijn geweest indien ook deze geleerden hun mond hielden over de Jihad en de Islamitische politiek; zoals de rest dit deed en doet; uit angst voor de consequenties. De vijanden van deze Ummah begrijpen goed dat er grote enthousiasme en motivatie leeft in de Ummah, echter kan dit een averechtse- of zelfdestructieve werking hebben als waarachtige leiders en geleerden ontbreken. Daarom focussen de vijanden zich op het uitschakelen- en monddood maken van onze geleerden en Mujahid leiders. En dan durven ze nog schandalig te beweren dat zij de beschermers van het vrije woord zijn.

De Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) heeft gezegd: “Allah neemt kennis niet weg, maar hij zal kennis wegnemen door de geleerden terug te nemen. Wanneer er geen geleerden meer over zijn zullen de mensen onwetenden raadplegen. Men zal hun vragen stellen die de onwetenden hen zullen antwoorden zonder kennis. Waardoor zij afdwalen en anderen laten afdwalen.” (Sahih Muslim)

Al-Hamdulilaah hield Abu Jandal zich druk bezig met het verspreiden van kennis die de waarachtige geleerden hebben gedeeld en achtergelaten. Hij begreep het belang van deze zeldzame informatie, hij verzamelde en verspreidde dit ijverig. Hij hield zich op een professionele manier bezig met de Dawah, in zowel Nederland als in Syrië. Hij was ook de eerste die de Nederlandse Mujahideen een stem gaf. Met zijn Dawah heeft hij vele misvattingen verduidelijkt en leugens ontmaskerd, en de Moslim gemeenschap in o.a. Nederland profiteert nog steeds van zijn nalatenschap. De Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) heeft ook gezegd: “Wanneer de mens sterft houden zijn goede daden op behalve drie dingen: een voortdurend doorlopende liefdadigheid, nuttige kennis die hij heeft achtergelaten, of een rechtschapen kind dat voor hem smeekt.” (Sahih Muslim en anderen)

Abu Jandal was vooral een grote fan van het werk dat de Martelaar Shaykh Abdullah Azzam heeft achtergelaten. We zien dat Mujahd leiders in deze tijden van beproevingen (Fitan) ook oproepen om terug te keren naar de het werk van Shaykh Abdullah Azzam. Hij heeft de grondvesten gelegd voor de hedendaagse Jihad. Zo zei de Al-Qaedah leider van Jemen Shaykh Nasr Al-Ansi “Wij zien over het algemeen dat de Jihad beweging heropgevoed moet worden op de leer van Shaykh Abdullah Azzam. Hij was een school wat dit betreft, wij moeten grote aandacht schenken aan zijn publicaties, boeken en lessen omdat het veel problemen oplost waar de Mujahideen nu mee te maken hebben. De Shaykh was een geleerden en een opvoeder, hij had veel ervaring met de Islamitische bewegingen in het algemeen, en met de Mujahideen in het specifiek. Zijn werk moet opnieuw verspreid worden, en dit is ook een hoofdverantwoordelijkheid die we binnen de Jihad media op ons hebben genomen.”

Met kennis kunnen veel fouten voorkomen worden, maar desondanks zal een Mujahid ongetwijfeld fouten blijven maken, net zoals elk andere mens. Zelfs de soldaten van de Profeet hebben fouten gemaakt, en zelfs het leger van de Profeet had rotte appels; zoals de misleidende hypocrieten die een derde van het leger hebben doen terugtrekken uit Uhud. Veel Moslims maken nog steeds grote fouten in het gebed ondanks het feit dat we opgegroeid zijn met het gebed, laat staan de Jihad als aanbidding waar wij niet mee zijn opgegroeid. Als velen nog steeds niet weten hoe ze het gebed moeten corrigeren bij een vergissing, en vaak niet weten wat de Arkaan en Wajibaat zijn van het gebed. Dan moeten Moslims niet denken of verwachten dat de Mujahideen foutloos Jihad voeren, of foutloos de Sharia invoeren in de bevrijde gebieden. Terwijl dit onderdelen zijn van de Islam die voor vele generaties afwezig zijn geweest in de Ummah, integendeel tot het gebed waar we gewoon mee zijn opgegroeid. We moeten dus ook niet verwachten dat de eerste Islamitische staat die opgebouwd zal worden na de bevrijding van onze landen een foutloze utopische staat zal zijn. De Ummah zal in het begin ongetwijfeld moeten worstelen om de Sharia foutloos in te voeren; vooral gezien de grote tegenwerking die we ervaren- en nog zullen ervaren van o.a. het westen; die de Sharia als enige noemenswaardige concurrent ziet tegenover hun kapitalistische democratie. We hebben een flinke achterstand opgelopen die wij nu moeten inhalen, met alle obstakels en gebreken van dien.

Abu Jandal was daar heel eerlijk, realistisch en pragmatisch over. Hij zei bijvoorbeeld in het boek De Banier: “Wij moeten geen valse beloften maken. Moslims zullen het in de beginfase niet gemakkelijk krijgen wanneer de Islamitische staat wordt gevestigd. Het was juist toen de Moslims naar Medina waren geïmmigreerd, en daar een Islamitische staat hadden gevestigd: dat de Arabieren, de Joodse stammen en de hypocrieten massaal tegen hen keerden. Het zal dus niet gemakkelijk worden. Wij zullen de wereld ook niet overdonderen met een wetenschappelijke verlichting. Vaak verwijzen Moslims naar de welvaart en de wetenschappelijke verlichting in Andalusië. Ze hebben op basis van deze geschiedenis een geromantiseerd beeld van de Sharia, dat helemaal niet aansluit met de huidige werkelijkheid. De realiteit is dat dit historische project een lange weg zal zijn, dat veel opoffering zal vragen van de Ummah. Zoals John F. Kennedy zei ‘Vraag niet wat het land voor jou kan doen, maar vraag wat jij voor het land kunt doen.’ Dit is de mentaliteit die wij juist moeten hebben!”

Goede voortekenen

Het heeft mij veel moeite gekost om over mijn broer te schrijven. Abu Jandal probeerde de Martelaren altijd te eren door hun verhaal op het internet te publiceren. Hij vond dat wij deze helden moesten eren en hun bijzondere biografie met de Moslims moesten delen. Hij werkte hierbij altijd erg discreet en publiceerde nooit iets zonder hiervoor de nodige toestemming te vragen. Een goede vriend van mij met wie ik dagelijks omga kreeg ook vlak voordat ik aan het verhaal van Abu Jandal wilde beginnen een droom. Hij droomde dat Abu Jandal met hele grote mooie ogen tegen hem zei “Als iemand het Martelaarschap verkrijgt moet je het bekend maken.” Hij vond die droom erg bijzonder omdat het net echt leek. Ik wist gelijk wat die droom betekende; ik moest het verhaal van Abu Jandal bekend maken. Ik heb zijn verhaal al lange tijd willen delen, maar door de moeilijke omstandigheden was dit helaas niet mogelijk. Ik sprak mijn moeder ook enkele dagen nadat ik aan het verhaal van Abu Jandal was begonnen, voordat ik dit aan haar vertelde deelde ze een droom met mij. Ze droomde, vlak nadat ik was begonnen aan het verhaal, dat Abu Jandal terug was gekomen naar de wereld om iets te regelen. Hij zei tegen haar “Ik moet over mijn Martelaarschap vertellen op het internet, zodat mensen mijn verhaal kunnen lezen en dezelfde weg kunnen bewandelen.”

Onze moeder heeft velen dromen gehad over Abu Jandal, voor en na zijn Martelaarschap. Op de dag dat Abu Jandal gewond raakte en onze moeder nog niet op de hoogte was van zijn verwonding, had zij gedroomd over een grote groene vogel die rondom Abu Jandal en een andere geliefde persoon liep. Het leek alsof de vogel een keuze moest maken. Achteraf begreep onze moeder dat deze vogel voor Abu Jandal koos. Tot op de dag van vandaag heeft zij nog regelmatig bijzondere dromen over hem. Niet lang geleden zag zij hem in een droom. Hij zag er anders uit dan ze gewend was in deze wereld. Hij zag er vele malen mooier uit, de schoonheid van zijn haren, gezicht en postuur was niet te beschrijven. In deze mooie verschijning droeg hij een geel gekleurde zijde kleed. Verbaasd zei ze “Zijde is toch niet toegestaan voor mannen?” Al snel besefte ze dat dit niet voor Abu Jandal telde. Ze zei toen gelijk “Oh wacht ik was vergeten dat zijde wel toegestaan is voor mannen in het Paradijs.”

Ik droomde zelf een keer dat Abu Jandal prothetische benen kreeg van onze commandant. Hij wilde heel graag staand bidden, hij had een lange tijd niet staand gebeden en dit deed hem erg veel verdriet. Nadat hij staand had gebeden en weer op bed lag realiseerde ik mij dat dit een droom was. Ik greep deze gelegenheid om hem alles te vragen wat ik wilde weten. Ik vroeg hem als eerste “Ben je nu in het Paradijs?” Hij antwoordde “Ja.” Daarna vroeg ik hem “Ben je in het allerhoogste deel van het Paradijs?” Hij antwoordde weer “Ja.” Daarna vroeg ik hem “Zou je ook in het allerhoogste deel van het Paradijs zijn beland als je gelijk het Martelaarschap kreeg zonder die twee weken beproeft te worden (met jouw verwondingen in het ziekenhuis)?” Hier antwoordde hij niet op, hij viel in slaap.

Een familielid vertelde ook “Ik droomde na het Martelaarschap van Abu Jandal dat de telefoon ging, ik nam op en tot mijn grote verbazing was het Abu Jandal. Mijn vreugde kon niet meer op en ik vroeg hem met veel blijdschap ‘Hoe is het in het Paradijs?!’ Hij begon te lachen met veel vreugde in zijn stem. Hij lachte zoals gewoonlijk rustig maar toch op een duidelijke manier. Zijn lach was zo puur, ik kreeg in mijn droom ook het gevoel dat hij in het Paradijs was en hij dit bevestigde. Toen ik wakker werd leek de droom net echt. De vreugde van die dag is een moment dat mij nog steeds verblijd.”

De goede voortekenen die we kregen na zijn Martelaarschap waren troostend. Maar de vele voortekenen die we kregen voor zijn Martelaarschap heeft onze familie ook de kans gegeven om afscheid te nemen van Abu Jandal. Daar zijn we Allah enorm dankbaar voor. Maanden voordat Abu Jandal als Martelaarschap stierf kreeg onze familie vele dromen over hem. Zo verteld een familielid dat zij herhaaldelijk droomde dat Abu Jandal afscheid van haar kwam nemen. Naast het feit dat Abu Jandal zelf ook sterk het gevoel had dat hij in zeer korte tijd terug zou keren naar Allah, en hij op deze manier ook omging met zijn familie. Zo kon de familie wennen aan het feit dat hij ons zou verlaten.

Zo vertelt een gezinslid “Mijn broer was een groot voorbeeld voor mij, ik had ontzettend veel liefde voor hem. Ik heb altijd gedacht dat ik nooit zonder hem zou kunnen leven, en dit wist hij ook. Hij wist dat zijn afscheid veel verdriet zou achterlaten bij mij. Een paar weken voordat Abu Jandal het Martelaarschap verkreeg droomde ik over hem. Hij stond zoals ik hem kende met een zelfverzekerde houding in mijn kamer en een brede lach op zijn gezicht. Hij keek mij lachend aan en zei ‘Wanneer ik als Martelaar sterf dan moet je niet huilen hé. Je moet niet verdrietig zijn.’ Hij stelde mij gerust, en zo heb ik vaker dromen gehad waarin hij mij geruststelde. Hiermee werd ik voorbereid op zijn afscheid.”

Onze familie kijkt erg op naar mijn broer Abu Jandal. Zo vertellen ze “De woorden die hij uitsprak worden iedere dag herhaald, er gaat geen dag voorbij of zijn adviezen en uitspraken worden herinnerd. Hij was een man van weinig woorden, maar de woorden die hij uitsprak waren van grote waarde. Het was alsof hij zijn woorden eerst woog voordat hij ze uitsprak. Degene die hem kennen weten precies wat wij bedoelen. Zonder een woord te overdrijven: hij was een bijzondere broeder, een bijzondere zoon en een bijzondere man. Vele begrepen hem niet en vroegen zich af waarom een succesvolle zakenman het rijke leven verliet voor een oorlogsgebied. Toen hem werd gevraagd wat hem bezielde antwoordde hij ‘Hoe kan ik warm in mijn bed liggen terwijl de kinderen van de Ummah worden uitgemoord? Wat zal ik antwoorden als Allah mij daarover vraagt op De Dag des Oordeels?’ Hij zocht slechts de tevredenheid van Allah en zijn woorden waren ‘Het maakt niet uit wat er met mij gebeurd, als Allah maar tevreden over mij is.’ Hij hield er nooit van om in de spotlights te staan en verrichtte zijn goede daden altijd in het geheim. Moge Allah van je houden Abu Jandal, de naam Shaheed staat je prachtig. Jouw grootste wens is uitgekomen met de Wil van onze Heer. Wij kunnen niet wachten op de dag dat we jou weer in onze armen mogen sluiten, onze geliefde Abu Jandal.”

Een broeder die Abu Jandal goed heeft gekend, hij was zowat dagelijks met Abu Jandal, vertelde “Bij Allah ik heb geen enkele broeder gekend die zoveel goede voortekenen heeft gekregen als Abu Jandal. Ik vertelde hem een keer dat ik over hem had gedroomd. In de droom kwam een broeder naar mij toe en vertelde mij dat Abu Jandal gewond zou raken, even later kwam de broeder terug en vertelde mij dat Abu Jandal als Shaheed zou sterven. Bij het horen van deze droom zag ik Abu Jandal stralen van blijdschap. Je kon zien hoe zijn Imaan steeds sterker werd door de dagen heen.”

Deze broeder vertelt ook “Ik dank Allah dat hij mij heeft gezegend, en ik Abu Jandal van dichtbij heb mogen leren kennen. Hij was een zachte, stille, standvastige broeder. Hij had een karakter van goud. Hij stond altijd klaar voor iedereen. Hij gaf heel erg veel om zijn broeders. De Hadith, wensen voor een broeder wat je voor jezelf wenst, nam hij heel erg serieus. Zelfs als hij zichzelf daarmee tekort deed. Hiermee kon ik Abu Jandal van anderen onderscheiden. Ik hield van zijn aanwezigheid. Hij inspireerde mij, het enige waarover hij sprak was het Paradijs. Hij was iemand die veel rust gaf.”

Broeders en zusters, we moeten inzien dat de waarde van deze wereld niets voorstelt in vergelijking met het Hiernamaals. Abu Jandal begreep dit goed, daarom was hij zo gefocust op het Hiernamaals. De Profeet (SallAllahu Alayhi wa Selam) zei in Sahih Muslim: “Deze wereld in vergelijking met het Hiernamaals is alsof iemand een vinger in de zee stak en dan zag hoeveel vocht er aan zijn vinger over bleef nadat hij het terug trok.” Indien deze wereld enige echte waarde had, zouden de slechte onder de mensen het niet voor het zeggen hebben gehad. Wij zien echter het tegenovergestelde, slechts de meest corrupte mensen hebben invloed en zeggenschap op de wereld. Zij leven in uitbundigheid en weelde. Dit komt slechts omdat de wereld eigenlijk geen (werkelijke) waarde heeft. De Profeet zei daarom ook: “Als de waarde van de wereld de vleugel van een mug zou evenaren bij Allah, dan zou Hij geen enkele ongelovige een slok water te drinken geven.” (Sahih At-Tirmidhi)

Broeders en zusters, we moeten ons realiseren dat dit leven van korte duur is, veel te kort om van elkaars aanwezigheid te kunnen genieten. Blijf dus streven en werken voor het Hiernamaals. Moge Allah ons verzamelen in het Paradijs. Ik wil verder afsluiten met een smeekbede die mijn broer gewend was te maken. Oh Allah begunstig ons met het martelaarschap en neem van onze bloed, en van onze bezittingen, en van onze inspanningen en opofferingen totdat U tevreden over ons bent.

Jullie broeder Abu Aicha,
Vergeet ons niet in jullie smeekbeden. Barak Allahu feekum.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s