Al is het maar één zin!

De Dawah van Dimam ibn Tha’labah..

Nadat de Profeet [SalAllahu ’alayhi wa selam] de Boodschap had verspreid in Medina, stuurde hij de metgezellen [Ridwan Allahu ’alayhim] naar andere omringende landen om de Islam te verkondigen. De ene naar Egypte, de andere naar Ash-Shaam, naar Yemen, Iraq enzovoorts. Hij stuurde ook een aantal metgezellen naar de Nu’maan vallei, die tussen Mekka en At-Taaif ligt. Hier woonden bedoeïenen die afgoden aanbaden, zoals Al-Laat en Al-’Uzza. Ze kwamen daar simpele bedoeïenen tegen die zich slechts bezig hielden met schapen, kamelen en het woestijn leven. Uit meer dan dit bestond hun leven niet. Toen ze hen wilde uitnodigen tot de Islam weigerde zij dit koppig, ze wilden het geloof van hun voorouders niet verlaten en dit ruilen voor een nieuwe onbekende religie.

Iedereen weigerde deze Boodschap te accepteren, behalve één man. Toen hij deze Boodschap hoorde besteeg hij zijn Kameel en vertrok richting Medina. Hij reisde meer dan vijfhonderd kilometer vanaf At-Taaif naar Medina. Dit was de eerste keer dat hij in Medina aankwam. Hij vroeg om zich heen naar de man die zich de Profeet noemde. Ze zeiden tegen hem dat deze man, de Profeet Muhammad, in de Moskee was.

Hij ging naar de Moskee, bond zijn kameel vast, en schreeuwde met een luide stem, maar in onduidelijke taal, uit: “Wie van jullie is degene die beweert een Profeet te zijn?”. De metgezellen riepen “Hier is hij!” en wezen naar waar hij zat. Dus deze man liep richting de Profeet toe, en vroeg aan hen: “Wie van jullie is Muhammad?” De Profeet maakte zich bekend. De man vroeg hem: “Dus jij bent degene die beweert een Profeet te zijn?” De Profeet antwoordde bevestigend. De man zei: “Dan zal ik je een aantal vragen stellen, en ik zal bot zijn in mijn vragen dus wordt niet boos.”

Het was een ruwe bedoeïenen man, die niet al teveel omgangsvaardigheden mee had gekregen, en dit wist hij van zichzelf. Hij sprak de Profeet aan, zoals hij zijn eigen volk ook aansprak. Hij vroeg hier geduld mee. De Profeet gaf hem de kans om te vragen wat hij wenste. De man vroeg: “Wie heeft de hemel verheven?” De Profeet antwoordde met “Allah”. De man vroeg: “Wie heeft de aarde uitgestrekt?” De Profeet antwoordde hetzelfde. De man vroeg verder: “Wie heeft de bergen erop gevestigd?” De Profeet antwoordde weer met hetzelfde.

Toen zei de man tegen hem: “Ik vraag jou in de Naam van Degene die de hemel heeft verheven, de aarde heeft uitgestrekt, en de bergen erop heeft gevestigd. Heeft Allah jouw werkelijk als Boodschapper naar ons toegestuurd?” De Profeet antwoordde: “Bij Allah, jazeker.” De man vroeg verder: “Bij degene in wiens Naam jij gestuurd bent, ik vraag jou, heeft Allah jou gestuurd om de mensen te gebieden de idolen te verwerpen die onze voorvaderen aanbaden, en slechts Allah alleen te aanbidden?” De Profeet antwoordde: “Bij Allah, inderdaad.” De man vroeg verder: “Ik vraag jou bij Degene die jou Heeft gezonden, Heeft Allah jou gestuurd om ons de vijf gebeden in de dag en nacht te gebieden? De Ramadaan te vasten? De aalmoezen uit te geven en de bedevaart te verrichten als we hiertoe in staat zijn? Heeft Allah jou dit geboden?” Dus zo vroeg hij naar alle pilaren van de Islaam. De Profeet zou dit telkens bevestigen.

Toen de man uitgevraagd was zei hij: “Ik ben Dimam ibn Tha’labah, de broer van Banu Sa’d ibn Bakr. Ik getuig dat niets of niemand het waard is om aanbeden te worden behalve Allah, en dat jij de Boodschapper van Allah bent. Bij Degene die jou Heeft gestuurd met de waarheid. Ik zal mijn volk hierover berichten en zal niets toevoegen aan datgene wat jij mij hebt verteld, noch zal ik hier wat van verminderen.” Toen de man wegliep naar zijn kameel, wees de Profeet naar hem en zei tegen de metgezellen: “Indien hij de waarheid sprak, zal hij zeker welslagen en het Paradijs binnen treden.”

Deze man had de Profeet enkele minuten ontmoet, maar uit slechts dit kleine moment heeft hij een groot profijt kunnen halen. Deze enkele woorden van de Profeet hebben een groot effect op zijn hart gehad. Hij besteeg zijn kameel en keerde terug naar zijn volk. Toen hij daar aankwam, na een reis van twintig dagen lang heen en twintig dagen lang terug, was zijn vrouw erg blij hem weer te zien. Ze wilde naar hem toe om hem te begroeten. Maar hij gebood haar te blijven staan, en vervloekte de idolen die ze aanbaden. Zijn vrouw was gechoqueerd en waarschuwde hem voor de bestraffingen van deze idolen, zoals lepra en krankzinnigheid. Destijds geloofden ze dat degene die de idolen vervloekte door dit soort ziekten en kwalen getroffen zou worden. Maar Dimam zei tegen haar, deze idolen kunnen niemand baten noch schaden! Hij begon haar te overtuigen van de Islam, totdat ze bekeerde en de Islam omarmde.

Toen ging Dimam naar zijn vader. Zijn vader wilde hem verwelkomen en begroeten, maar zodra Dimam hem zag begon hij weer de idolen die ze aanbaden te vervloeken. Zijn vader was net zo gechoqueerd als zijn vrouw dit was, en waarschuwde hem net zoals zijn vrouw hem had gewaarschuwd. Dimam zei echter weer tegen hem, zij baten noch schaden de mens! En begon hem te overtuigen van de Islam, totdat zijn vader ook bekeerde en de Islam omarmde.

Zo ging Dimam de huizen van zijn volk af. Hij riep hen op tot het aanbidden van Allah en het verwerpen van hun idolen. Hij wees hen op de waarheid, en waarschuwde hen voor de valsheid. Voordat de zon onderging die dag, was zijn hele stam bekeerd tot de Islam vanwege zijn actieve en gezegende uitnodiging! Kun jij het je voorstellen? Die dag nog, voordat de zon onder was gegaan bleef er geen enkele ongelovige meer over in zijn stam?

Laten we ons de volgende vraag stellen, wat waren de educatieve kwalificaties van Dimam voor zijn Da’wah? Had hij afgestudeerd op de universiteit van Medina? Had hij jarenlang onder geleerden gestudeerd? Heeft hij een getuigenschrift behaald in Islamitisch rechten? Nee, hij had al deze zaken niet behaald, en was geen prominente geleerde, prediker of zelfs student. Hij was geen belangrijk figuur, noch had iemand hem ooit geleerd hoe hij de mensen moest uitnodigen tot de Islam. Sterker nog, hij heeft geen boek gelezen, en geen enkele lezing beluisterd noch khutba bijgewoond. Maar weerhield dit alles hem van het verspreiden van de Islam? Nee, hij was ijverig de mensen te overtuigen van de waarheid die hij ontdekte. Slechts het weinige aantal woorden die hij van de Profeet te horen heeft gekregen waren voldoende motivatie en inspiratie voor hem. Hij heeft met zijn gebrekkige kennis, zijn zeer gebrekkige Dawah, en zelfs zijn gebrekkige omgangsvaardigheden, datgene bereikt wat de andere metgezellen voor hem niet hebben kunnen bereiken; het uitnodigen van zijn volk tot de Islam, totdat zij hiertoe bekeerde en deze omarmde. Deze stam heeft sinds die tijd honderden duizenden nakomelingen voortgebracht, die allen dankzij de Dawah van Dimam opgegroeid zijn met de Islam! Dit is het sneeuwbaleffect dat jouw kleine inzet kan hebben.

Abdullah ibn Amr heeft van de Profeet [salAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Geef mijn boodschap door aan de mensen, al is het maar één zin.” [Saheeh Bukhari]

Hoeveel lezingen, boeken en artikelen hebben wij integendeel tot Dimam beluisterd en gelezen al deze jaren, maar hoeveel mensen hebben wij weten uit te nodigen en te overtuigen van de Islam? Hoe vaak zien wij onze mede Moslims allerlei verwerpelijkheden verrichten, maar spreken hun hier niet op aan? Hoe vaak gebieden we datgene wat goed is en verwerpen datgene wat slecht is? Wat doen wij om de mensen tot de Islam te roepen? Wie spoort de Moslims aan om zonden te verlaten? Of denken wij dat alleen de geleerden en predikers deze verantwoordelijkheid hebben, en je hier allerlei Islamitische opleidingen, Idjazaat en Tazkiyaat voor nodig hebt?

Adviseer je mede Moslim in het verwerpen van zonden, en roep hem op tot het verrichten van goede daden, en motiveer elkaar hiertoe! Het is een individuele verplichting om het slechte te verbieden en het goede te gebieden, of je nu bundels aan kennis bezit of niet. Nodig de mensen uit tot de Islam met datgene wat je aan kennis bezit! Zoals Dimam ibn Tha’labah dit deed. Laat je niet ontmoedigen door het gebrekkige kennis dat jij hebt als simpele dienaar, zoals Dimam ibn Tha’labah zich niet liet ontmoedigen. Maar neem hetzelfde standpunt als Dimam, door niets toe te voegen of te verminderen aan datgene wat jij weet van de waarheid, in de hoop dat jij net zoals hem zult welslagen. En stel prioriteiten; begin met de overtuiging, het opdoen van kennis, en begin bij het uitnodigen van je eigen gezinsleden, familieleden en eigen volk zoals Dimam dit deed.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s