Het goede einde van de Moslim Ummah

Sterven als monotheïst

´Abdullah ibn ´Amr verhaalt van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] dat hij zei: “Een persoon van mijn Ummah zal op het dag der opstanding naar voren geroepen worden voor de gehele schepping, en negenennegentig lijsten [met zonden] zullen voor hem gespreid worden, elk van hen reikt zo ver als het oog kan zien [tot aan de horizon]. Dan zal Allah zeggen; ‘Ontken je iets hiervan?’ Hij zal zeggen: ‘Nee, mijn Heer.’ Dan zal Allah zeggen: ‘Hebben Mijn verzamelende noteerders [de Engelen] je onrecht aangedaan?’ Dan zal Allah zeggen: ‘Heb jij hiernaast nog enige goede daden?’ De man zal doodsbang zijn en zeggen: ‘Nee.’ Allah zal zeggen: ‘Voorzeker, jij hebt bij Ons een goede daad, en je zult niet onrechtvaardig behandeld worden deze Dag.’ Dan zal er een kaart naar voren gebracht worden waarop staat geschreven; Ashadu an la ilaaha illallaah wa anna Muhammadan ‘abduhu wa rasuluhu [ik getuig dat niemand het waard is aanbeden te worden behalve Allah en dat Muhammad zijn dienaar en Boodschapper is]. De man zal zeggen: ‘Oh Heer, wat is deze kaart vergeleken met deze lijsten?’ Allah zal zeggen: ‘Je zult niet onrechtvaardig behandeld worden.’ Dan zullen de rollen met lijsten geplaatst worden op de ene kant van de weegschaal en de kaart op de andere kant. De rollen zullen omhoog gaan [zullen lichter wegen] en de kaart zal omlaag gaan [zal zwaarder wegen]. [Saheeh, Ibn Maajah, Abwaab Az-Zuhd, 2444]

Uthman ibn ‘Affan heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] horen zeggen: “Als iemand sterft terwijl hij zeker wist dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, dan zal hij het Paradijs intreden.” [Saheeh Muslim, Boek 1, Hadith 39]

Mu’aad ibn Jabal berichtte dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Degene wiens laatste woorden ‘Laa Ilaaha Illallah’ zijn, zal de Jennah binnentreden.” [Abu Dawud 3116, Al-Hakim 1/351 en hij classificeerde hem als betrouwbaar, Ad-Dhahabi was het met hem eens, en Al-Baani classificeerde hem als hassan in Ahkaam al Janaa-iz]

Abu Dhar heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Gibreel zei tegen mij: ‘Iedere volgeling van jou die sterft, zonder afgoden te hebben aanbeden in zijn leven, zal het Paradijs intreden’. De Profeet vroeg: “En als ze overspel hebben gepleegd of hebben gestolen?” Gibreel antwoordde: ‘Zelfs dan’. [Saheeh Bukhari, Boek 54, Hadith 445]

Abu Huthaifa zei dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Degene die ‘Laa Ilaaha illallah’ zegt, op zoek naar het Aangezicht van Allah [tevredenheid en goedkeuring] en zijn daden worden hiermee verzegeld [dit is het laatste wat hij deed in zijn leven] zal het paradijs binnentreden. En hij die een dag vast, op zoek naar het Aangezicht van Allah en zijn daden worden hiermee verzegeld, zal het paradijs binnentreden. En hij die geld aan liefdadigheid uitgeeft, op zoek naar het Aangezicht van Allah en zijn daden worden hiermee verzegeld, zal het paradijs binnentreden.” [Ahmad 5/391, geclassificeerd als betrouwbaar door Al-Baani in Ahkaam Al-Janaa-iz]

Abu ‘Inabah overlevert het volgende van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam]: “Wanneer Allah het goede wil voor Zijn dienaar, dan maakt Hij hem zoet.” De Profeet werd gevraagd: “En wat is zijn zoetigheid?” Of: “En hoe word hij zoet gemaakt?” De Profeet zei: “Allah opent de deur van rechtgeschapen daden voor hem voordat hij komt te overlijden, en neemt zijn ziel in deze staat.” [Verzameld door Ahmad, 17330. Geclassificeerd als Saheeh door Al-Baani in al-Silsilah al-Saheehah, 1114]

Abu ‘Abd ar-Rahman ‘Abdullah ibn Mas’ud heeft van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] overlevert: “..Voorzeker één van jullie zal de daden verrichten van de mensen van de hel, totdat de afstand tussen hem en de hel nog maar een armslengte is. En dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is, en handelt hij met de daden van de mensen van het paradijs, en dus zal hij het [paradijs] betreden.” [Saheeh Bukhari 8023 & Muslim 3462]

Sterven als martelaar

Said ibn Zayd heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei, “Degene die gedood wordt terwijl hij zijn bezittingen verdedigde is een martelaar, en degene die gedood wordt terwijl hij zijn familieleden verdedigde is een martelaar, en degene die gedood wordt terwijl hij zijn religie verdedigde is een martelaar, en degene die gedood word terwijl hij zijn eigen ziel verdedigde is een martelaar.” [Abu Dawud, Boek 40, Hadith 4754]

Er is overgeleverd dat Abu Hurairah zei: Een man kwam naar de Boodschapper van Allah en vroeg, “O Boodschapper van Allah! Wat zegt u van iemand die naar mij toekomt en mijn bezittingen wilt afnemen?” De Profeet antwoordde, “Geef je bezittingen niet aan hem.” De man vroeg, “En als hij tegen me vecht?” De Profeet zei, “Dan vecht tegen hem.” De man vroeg, “En als ik wordt gedoodt?” De Profeet antwoordde, “Dan ben je als martelaar gestorven.” De man vroeg, “En wat als ik hem doodt?” De Profeet antwoordde, “Dan zal hij in het Vuur zijn.” [Saheeh Muslim, Boek 1, Hadith 259]

Moekhaariq berichtte dat er een man aan de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] vroeg, “Wat moet ik doen als een man mijn geld wil afpakken?” Hij antwoordde, ”Doe hem aan Allah herinneren.” Hij vroeg, “En als hij Allah niet gedenkt?” De Profeet antwoordde, ”Zoek steun van de moslims om je heen tegen hem.” Hij vroeg, ”En als er geen moslims om mij heen zijn?” De Profeet antwoordde, ”Zoek dan hulp bij het gezag.” Hij vroeg, ”En als het gezag niet toegankelijk is en hij te dichtbij was?” De Profeet antwoordde, “Vecht dan voor je geld, je zult in het hiernamaals onder de martelaren zijn of je geld hebben beschermd.” [Verzameld door Ahmad en An-Nasaa-i, geclassificeerd als betrouwbaar door Al-Albaani in Ahkaam Al-Janaa-iz]

Thabit heeft overgeleverd dat Abdullah ibn ‘Amr de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] heeft horen zeggen: “Degene die sterft omdat hij zijn bezittingen wou verdedigen is een martelaar.” [Saheeh Muslim, Boek 1, Hadith 260]

Er is van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd dat hij vroeg: “Wie beschouwen jullie als martelaren?” Ze zeiden: “Degene die omwille van Allah wordt gedood.” De boodschapper van Allah zei: “Er zijn zeven martelaren naast degene die omwille van Allah wordt gedood. Degene die sterft aan de pest [of een andere plaag] is een martelaar, degene die verdrinkt is een martelaar, degene die sterft door pleuritis [longontsteking] is een martelaar, degene die sterft aan een maag ziekte is een martelaar, degene die wordt verbrand tot de dood is een martelaar, degene die onder een vallende muur [of gebouw e.a puin, en een auto ongeluk] sterft is een martelaar, en de vrouw die tijdens haar zwangerschap sterft is een martelaar.” [Overgeleverd Ahmad 23804, Abu Dawud 3111 en An-Nasaa-i 1846. Deze hadeeth werd als Saheeh geclassificeerd door Al-Albaani in Saheeh Abu Dawud]

Selmaan berichtte dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] het volgende [aan de Sahaabah] vroeg: ”Wie van jullie beschouwen jullie als een Shaheed?” Ze antwoordden: “Iedereen die fi sabeel lilaah [al vechtend] gedood wordt is een Shaheed.” Hij zei: ”Dan zouden er maar weinig Shuhadaa zijn in mijn ummah!” Daarna zei hij: “Omwille van Allah gedood worden is een Shahaadah, het overlijden van een vrouw tijdens de bevalling is een Shahaadah, het overlijden door verbranding is een Shahaadah, omkomen door verdrinking is een Shahaadah, overlijden aan tuberculose is een Shahaadah en sterven aan een maag ziekte is een shahaadah.” [Overgeleverd door At-Tabaraani in Al Awsat. Geklasseerd als Hassan door Al Albaani]

Abu Hurayrah [Radiya Allahu ‘anhu] verteld dat de boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Er zijn vijf martelaren: Degene die sterft aan de pest, degene die aan een maag ziekte sterft, degene die verdrinkt, degene die verpletterd word onder een vallende muur en de martelaar is degene die gedood word omwille van Allah.” [Bukhaari 2829 & Muslim 1914]

In een toevoeging staat: “… en degene die sterft door pleuritis [longontsteking], en de vrouw die samen [met haar baby] sterft.” [verhaalt door At-Tirmidhi 1846, Abu Dawud 311 en Ibn Maajah 2803]

In een andere hadeeth heeft Raashid ibn Hubaysh van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] overleverd: “..en als een vrouw op haar kraambed [na haar bevalling] sterft, haar kind zal haar met het navelstreng het paradijs binnen trekken. [Verzameld door Imaam Ahmad in zijn Musnad met een Saheeh isnaad: Al-Musnad, 3/489. Er is een bevestigend rapport verhaalt door Maalik, 1/233 en Abu Dawood, 3/482]

Abu Hassan zei: “Ik zei tegen Abu Hurayrah, mijn twee kinderen zijn gestorven. Zou je mij iets kunnen overleveren van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam], waarmee mijn hart rust zal vinden?” Hij antwoordde: “Ja, kinderen [die voor de pubertijd sterven] zijn de vogels van het Paradijs. Als zij hun ouders vinden op de Dag des Oordeels zullen zij hun ouders vastpakken en niet loslaten totdat Allah ze in het Paradijs toelaat.” [Sahih Muslim, Boek 32, Hadith 6370. Zie o.a verder in Adab Al-Mufrad hoofdstuk 80, fadl man maata lahu al-walad]

Getuigenis van rechtgeschapen Moslims

Anas [Radiya Allahu ‘anhu] overlevert: “Een begrafenisstoet liep voorbij de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] en ze prezen de overleden man. De Profeet zei: “Het is bevestigd [d.w.z het paradijs].” Toen kwam er een andere begrafenistoet voorbij en de mensen spraken slecht over de overledene. De Profeet zei: “Het is bevestigd [d.w.z de hel].” De Boodschapper van Allah werd gevraagd: “Oh Boodschapper van Allah, u zei voor de ene ‘het is bevestigd’ en voor de andere ‘het is bevestigd’? De Profeet zei: “De getuigenis van de gelovigen [is geaccepteerd], de gelovigen zijn de getuigen van Allah op aarde.” [Saheeh Bukhari, Kitaab As-Shahadaat nr. 2642]

Abu Al-Aswad overlevert: “Ik ging een keer naar Madina en in deze periode was er een epidemie uitgebroken en mensen stierven snel achter elkaar. Ik zat met ‘Umar [Radiya Allahu ‘anhu] en een begrafenisstoet passeerde ons. De mensen prezen de overledene. ‘Umar zei: “Het is bevestigd.” Toen kwam er een andere begrafenisstoet voorbij lopen. De mensen prezen de overledene. ‘Umar zei: “Het is bevestigd.” Toen kwam er een derde begrafenisstoet voorbij en de mensen spraken slecht over de overledene. ‘Umar zei: “Het is bevestigd.” Ik vroeg aan ‘Umar: “Oh leider van de gelovigen, wat is er bevestigd?” Hij zei: “Ik zei wat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei. Hij, de Profeet, zei namelijk: ‘Elke Moslim over wiens goedheid vier mensen getuigen zal Allah het Paradijs binnen doen treden.’ We vroegen de Profeet, ‘En als er maar drie getuigen waren?’ Hij zei, ‘Zelfs drie.’ We vroegen, ‘En als er maar twee getuigen waren?’ Hij zei, ‘Zelfs twee.’ Maar we vroegen hem niet over slechts één getuige.” [Saheeh Bukhari, Kitaab As-Shahadaat nr. 2643]

Malik ibn Hubayrah heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Als een Moslim sterft en drie rijen Moslims bidden over hem, dan is het Paradijs voor hem verzekerd.” Toen Malik zag dat de mensen bij een begrafenisgebed te weinig waren, verdeelde hij ze in drie rijen. [Abu Dawud, Boek 20, Hadith 3160. Hassan verklaard door At-Tirmidhi en An-Nawawi in Al-Madjmoo’ 5/212, bevestigd door Al-Hafidh in Al-Fath 3/187.]

Er is van Abu Hurayrah overlevert dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Degene over wie honderd gelovigen bidden tijdens het begrafenisgebed, zal vergeven worden.” [Ibn Madjah nr. 1488, Saheeh]

Het was overlevert dat Kuraib, de bevrijdde slaaf van Abdullah ibn ‘Abbad, zei: “Een zoon van ‘Abdullah ibn ‘Abbas was gestorven, en hij zei tegen mij: “Oh Kuraib, ga en kijk eens of er mensen zijn verzameld voor het gebed over mijn zoon.” Ik zei: “Ja.” Hij zei: “Wee jou, hoeveel mensen zie jij? Veertig?” Ik zei: “Nee, eerder meer [dan veertig].” Hij zei: “Breng mijn zoon naar voren [voor het gebed], want ik getuig dat ik de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] heb horen zeggen: ‘Geen [groep van] veertig gelovigen bemiddelen voor een gelovige, zonder dat Allah hun bemiddeling accepteert.” [Ibn Madjah nr. 1489, Saheeh]

Een lang leven hebben

Anas ibn Malik overlevert, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Als een Moslim man de veertig jaar bereikt dan beschermt Allah hem tegen verschillende plagen, waaronder waanzin, lepra en huidziekte. En wanneer hij de vijftig bereikt, dan zal Allah zijn afrekening vergemakkelijken. En wanneer hij de zestig bereikt, dan schenkt Allah hem berouw en maakt dit geliefd bij hem. En wanneer hij de zeventig bereikt, dan houdt Allah van hem en de bewoners van de hemel houden van hem. En wanneer hij de tachtig bereikt, dan accepteert Allah zijn goede daden en wist zijn zonden. Wanneer hij de negentig bereikt, dan vergeeft Hij zijn toekomstige zonden en voorbijgegane zonden, en hij wordt ‘gevangene van Allah op de wereld’ genoemd, en hem wordt bemiddeling voor zijn familieleden verleend.” [Hassan, Ibn ‘Asakir. Ahmad Shakir zei in zijn toelichting bij Al-Musnad, Mudjalat At-Thani, 5369: De keten is op zijn minst Hassan. Het wordt ondersteund door andere ketens die tot het niveau van Saheeh stijgen.]

De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “De beste onder de mensen is degene die lang leeft en goed doet.” [Verhaalt door Ahmad en At-Tirmidhi, 110; geclassificeerd als saheeh door al-Albaani in Saheeh At-Tirmidhi]

En hij [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Verheugingen voor degene die lang leeft en goed doet.” [Verhaalt door At-Tabaraani en Abu Na’eem, geclassificeerd als saheeh door al-Albaani in Saheeh al-Jaami’, 3928]

Een man zei: “O boodschapper van Allah, wie onder de mensen is het beste?” Hij [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Degene die lang leeft en goed doet.” Hij vroeg vervolgens: “Welke van de mensen is het slechtst?” De Profeet zei: “Degene die lang leeft en kwaad doet.” [Verhaalt door Ahmad en At-Tirmidhi, 2330; geclassificeerd als saheeh door al-Albaani in Saheeh al-Tirmidhi]

Ahmad (8195) verhaalt dat Abu Hurayrah [Radhiya Allah ‘anhu] zei: “Twee mannen werden Moslim met de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam]. En één van hen stierf als martelaar, en de ander een jaar later. Talhah ibn ‘Ubayd-Allah zei: Ik werd het Paradijs getoond (in een droom), en daarin zag ik dat de laatste van hen voor de martelaar werd toegelaten. Ik was hierdoor verrast, dus de volgende ochtend vertelde ik de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] hierover. De boodschapper van Allah zei: “Heeft hij niet Ramadaan gevast na hem, en zes duizend rak’ahs gebeden, of zulk zo en een aantal rak’ahs, het gebed van een jaar lang? [Geclassificeerd als saheeh door al-Albaani in al-Silsilah al-Saheehah, 2591. al-‘Ajlooni zei in Kashf al-Khafa’: de isnaad is hassan]

Er is overgeleverd door Abu Hurayrah [Radhiya Allahu ‘anhu] dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Niemand van jullie zou voor de dood moeten wensen of bidden voordat het komt, want wanneer één van jullie sterft dan komen zijn goede daden tot een einde, en een lang leven voor een gelovige zal hem in niets meer doen toenemen dan het goede.” [Overgeleverd door Muslim, 2682]

En in een versie overgeleverd door Al-Bukhari, 7235: “Niemand van jullie zou voor de dood moeten wensen. Want of hij is iemand die goed doet, en zal meer goed doen. Of hij is iemand die kwaad doet, maar zal hier misschien mee stoppen (terugkeren, berouw tonen en vergeven worden).”

Andere tekenen van een goed einde

Overgeleverd door Buraidah van Al-Husaib, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Een gelovige sterft met een zwetend voorhoofd.” [At-Tirmidhi 982, An-Nasa-i 4/6, met een goede keten van overleveraars]

‘Abdullah ibn ‘Amr berichtte dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Iedere moslim die op vrijdag of de nacht van donderdag sterft wordt door Allah beschermt tegen de kwellingen van het graf.” [Ahmad 2/176 en At-Tirmidhi 1080; hij zei dit is een vreemde hadeeth die geen verbinding heeft in haar keten van overleveraars. Ibn Hajar en As-Suyuti zeiden dat deze hadeeth zwak is. Al-Baani classificeerde hem als betrouwbaar in Ahkaam Al-Jaana-iz]

Er is overgeleverd dat ‘Abdullah ibn ‘Amr zei: “Een man stierf in Madinah, en hij was één van degenen die geboren was in Madinah. De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] bad het begrafenisgebed voor hem en zei: “Was hij maar ergens anders gestorven dan zijn geboorteplaats.” Een man onder hen vroeg: “Waarom, oh boodschapper van Allah?” Hij zei: “Als een man ergens anders sterft dan zijn geboorteplaats, dan zal er een afstand voor hem gemeten worden in het Paradijs vanaf zijn geboorteplaats tot aan de plaats waar hij stierf.” [Ibn Madjah 1614, Hadeeth Hassan]

De bemiddeling van de Profeet, de Engelen, de Gelovigen en Allah

Er is van Abu Hurayrah overgeleverd dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Elke Profeet had een smeekbede welke beantwoord werd, en elke Profeet smeekte hierom in deze wereld. Maar ik bewaar mijn smeekbede zodat ik kan bemiddelen voor mijn natie, en het bereikt iedereen van hen die sterven zonder iets als aanbidding naast Allah te stellen.” [Saheeh, overgeleverd door o.a Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, nr. 4307.]

Er is van Abu Hurayrah overgeleverd dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Voor elke Profeet is er een smeekbede [welke zeker beantwoord word door Allah], en ik wens inshaAllah dat mijn smeekbede bewaard word als bemiddeling voor mijn natie op De Dag der Opstanding.” [Saheeh Bukhari, Kitaab At-Tawheed, nr. 7474.]

Er is van Jaabir overgeleverd, hij hoorde de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zeggen: “Mijn bemiddeling op De Dag der Opstanding zal voor degene onder mijn natie zijn die grote zonden hebben gepleegd.” [Hassan, overgeleverd door o.a Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, nr. 4310.]

Er is van Abu Musa Al-Asha’ri overgeleverd dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Ik werd de keuze gegeven tussen bemiddeling of dat de helft van mijn natie het Paradijs zou mogen betreden. En ik koos voor bemiddeling omdat het algemener en voldoende is. Denken jullie dat het voor de vromen is? Nee, het is voor de onkuise zondaars.” [Hassan, overgeleverd door Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, nr. 4311.]

‘Awf bin Malik Al-Ashdja’i overlevert, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Weten jullie welke keuze mijn Heer mij gaf vannacht?” We zeiden: “Allah en zijn Boodschapper weten het beste.” Hij zei: “Hij heeft me de keuze gegeven tussen het toelaten van de helft mijn Ummah in het Paradijs en bemiddeling, en ik koos bemiddeling.” We zeiden: “Oh Boodschapper van Allah, smeek dat wij onder diegene zullen horen [waarvoor je mag bemiddelen].” Hij zei: “Het is voor elke Moslim.” [Saheeh, Ibn Madjah, abwaab Az-Zuhd, 4316.]

Er is van Abu Sa’eed overgeleverd dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Wat betreft de mensen van de Hel, die haar permanente bewoners zijn, zij zullen daar niet in sterven noch leven. Maar er zijn sommige mensen die gestraft zullen worden met het vuur vanwege hun zonden of fouten, het zal hun doden, totdat zij zoals kolen zullen worden. Toestemming zal mij gegeven worden om voor hen te bemiddelen. Zij zullen groep voor groep gebracht worden, en over de oevers van de Rivieren van het Paradijs verspreid worden. Er zal gezegd worden: “Oh mensen van het Paradijs, giet water over hen heen.” En zij zullen bloeien zoals zaadjes die door een vloed worden gedragen [e.a ze zullen snel groeien].” [Saheeh, overgeleverd door o.a Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, nr. 4309.]

Overgeleverd door ´Ata bin Yazid Al-Laythi, op gezag van Abu Hurayrah, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “..Wanneer Allah klaar is met zijn Oordeel onder de mensen, zal Hij uit de hel nemen wie Hij wenst middels Zijn Genade. Hij zal de Engelen opdracht geven iedereen uit het vuur te nemen die niemand anders buiten Allah aanbeden hebben, van onder wie Allah Genadig wenst te zijn welke getuigen van Laa Ilaaha illallaah. De Engelen zullen hen herkennen in het vuur door de tekenen van sujuud [sporen van prostratie op hun voorhoofden]. Want het vuur zal het gehele lichaam van een mens verteren, behalve het spoor van sujuud. Allah heeft het verboden voor het vuur om de sporen van sujuud te verbranden. Zij zullen er volledig verschroeit uit komen, en dan zal het water van Al-Hayat [het leven] over hen heen gegoten worden, en zij zullen eronder groeien zoals een zaadje dat door een vloed word gedragen..” [Genomen uit een lange hadeeth over De Dag der Opstanding. Saheeh Bukhari, Kitaab At-Tawheed, 7437.]

In een andere versie, overgeleverd door Abu Sa’eed Al-Khudri, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “..Wanneer de gelovigen zien dat ze gered en veilig zijn [op De Dag des Oordeels], zullen zei zeggen; ‘Oh Allah! [red] onze broeders die met ons vastte, en goede daden met ons verrichtte.’ Allah zal zeggen; ‘Ga en neem eruit iedereen in wiens hart je het geloof vind gelijk aan het gewicht van een [gouden] Dinar.’ Allah zal het vuur verbieden hun gezichten aan te tasten. Zij [hun broeders] zullen naar hun toe gaan en sommige in het vuur vinden tot aan hun voeten, en andere tot halverwege hun benen. En zullen diegene eruit halen die zij herkennen en daarna keren terug. Allah zal [tegen hen] zeggen; ‘Ga en neem eruit iedereen in wiens hart je het geloof vind gelijk aan het gewicht van een halve Dinar.’ Zij zullen eruit halen wie ze ook maar herkennen en terug komen. Allah zal [weer tegen hen] zeggen; ‘Ga en neem eruit in wiens hart je het geloof vind gelijk aan een atoom [dharra].’ En dus zullen zij er iedereen uit halen die zij zullen herkennen.

Abu Sa’eed zei: ‘Als je me niet gelooft lees dan het volgende Heilige vers uit de Quran: “Voorzeker Allah behandeld niemand in de geringste mate [dharra] onrechtvaardig, en als er iets goed gedaan wordt, vermeerdert hij het..” [Surah An-Nisa, aya 40].’

De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] voegde eraan toe: “Dan zullen de Profeten, Engelen en Gelovigen bemiddelen, en Allah zal [als laatste] zeggen; ‘Nu blijft mijn bemiddeling nog over. En dan zal Hij een hand vol uit het vuur vasthouden, waaruit Hij mensen zal halen wiens lichamen verschroeit zijn, en zij zullen in een rivier aan de ingang van het Paradijs geworpen worden, genaamd ‘Water van het Leven’. Zij zullen op haar oevers groeien, zoals een zaadje gedragen door een vloed. Hebben jullie opgemerkt hoe het naast een rots groeit, of naast een boom, en hoe het deel wat naar de zon gericht is vaak groen is terwijl het deel wat naar de schaduwt kijkt wit is. Deze mensen zullen eruit komen als parels, en hebben halsbanden [van goud], en dan zullen ze het Paradijs binnen treden waarop de mensen van het Paradijs zullen zeggen; ‘Dit zijn de mensen die gered zijn door de Genadevolle. Hij heeft hun het Paradijs binnen laten treden zonder dat zij enige goede daden hebben verricht, en zonder enig goed vooruit te hebben gezonden.’ Dan zal er tegen hun worden gezegd; Voor jullie is het hetgeen jullie hebben gezien [in het Paradijs] en haar gelijke daaraan.” [Saheeh Bukhari, Kitaab At-Tawheed, 7439.]

Er is overgeleverd van ‘Abdullah bin Abu Jad’a dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Meer dan [de leden van de stam] Banu Tamim [de stam van Abu Bakr As-Sadiq] zal het Paradijs binnen treden middels de bemiddeling van één man onder mijn Ummah.” Ze zeiden: “Oh Boodschapper van Allah, naast jou?” Hij zei: “Naast mij.” [Saheeh, Ibn Madjah, abwaab Az-Zuhd, 4316.]

‘Abdullah bin Qais zei: “Ik was met Abu Burdah op een nacht, en Harith bin Uqaish kwam binnen. Harith vertelde ons die nacht dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhu wa selam] zei: “Onder mijn Ummah zullen er sommige zijn die middels hun bemiddeling meer [dan de leden van de stam] Mudar het Paradijs binnen zullen laten treden..” [Hassan, Ibn Madjah, Kitaab Az-Zuhd, 4323.]

Abu Darda heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] horen zeggen: “De bemiddeling van martelaren zal geaccepteerd worden voor zeventig van zijn familie leden.” [Overgeleverd door Al-Bayhaqi en Abu Dawud in Kitaab Al-Jihaad, 2522. Saheeh geclassificeerd door Al-Baani, Hassan door As-Suyuti.]

Overgeleverd door Anas, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Sommige mensen zullen verschroeid worden door de Hel als straf voor zonden die zij hebben begaan, en Allah zal hen het Paradijs doen binnen treden middels Zijn Genade. Deze mensen zullen Al-Jahannamiyoon genoemd worden.” [Saheeh Bukhari, Kitaab At-Tawheed, 7450.]

Overgeleverd door ‘Imran ibn Husayn, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Er zal een groep mensen uit het vuur gered worden middels mijn bemiddeling, wie Al-Jahannamiyoon genoemd zullen worden.” [Saheeh, Ibn Madjah, abwaab Az-Zuhd, 4315.]

Anas ibn Malik heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] horen zeggen: “Ik zal de eerste zijn die voorspraak zal doen in het Paradijs en onder alle Profeten zal ik de meeste volgelingen hebben. Waarlijk, er zal een Profeet [op De Dag des Oordeels] komen die maar één volgeling had [op aarde].” [Saheeh Muslim, Kitaab Al-Imaan, Baab 87, nr. 506]

Overgeleverd door Anas, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Op de dag der opstanding zal ik bemiddelen en zeggen; ‘Oh mijn Heer! Laat degene in het Paradijs toe in wiens hart het geloof gelijk is aan het gewicht van een mosterd zaadje.’ Zulke mensen zullen het Paradijs binnen treden. En dan zal ik zeggen; ‘Laat degene in het Paradijs toe in wiens hart het minst aan geloof leeft.’ Anas zei: “Het is alsof ik nu kijk naar de vinger van de Boodschapper van Allah [waarmee hij deze geringe hoeveel aan geloof illustreerde].” [Saheeh Bukhari, Kitaab At-Tawheed, 7509.]

Abu Hurayrah overlevert, Ik vroeg: “Oh Boodschapper van Allah. Wie zal de meest gelukkige persoon zijn die zal profiteren van uw bemiddeling op de dag der opstanding?” Hij [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Oh Abu Hurayrah, ik vermoedde dat niemand mij over deze hadeeth zou vragen eerder dan jij, aangezien ik weet hoe ijverig je bent in [het leren van] Hadith. De gelukkigste persoon die van mijn bemiddeling zal profiteren op de dag der opstandig zal degene zijn die Laa ilaahi illallaah oprecht vanuit zijn hart zegt.” [Saheeh Bukhari, Kitaab Ariqaaq, 6570.]

De jongste, maar grootste en meest geëerde gemeenschap!

Er is overgeleverd door ‘ Abdullah, die zei: We waren in een tent met de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam], en hij zei: “Zal het jullie tevreden stellen als jullie één vierde van [de inwoners van] het Paradijs zullen zijn?” Wij zeiden: “Ja.” Hij zei: “Zal het jullie tevreden stellen als jullie één derde van het Paradijs zullen zijn?” We zeiden: “Ja.” Hij zei: “Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel ligt, ik hoop dat jullie de helft van de mensen van het Paradijs zullen zijn. Want niemand zal het Paradijs betreden behalve een Moslim ziel. En onder de afgoden aanbidders zijn jullie [in verhouding] net als een wit haartje op het huid van een zwarte stier, of als een wit haartje op het huid van een rode stier.” [Saheeh Bukhari, Kitaab Ariqaaq, Baab Al-7ashr, 6528]

Overgeleverd door Abu Hurayrah, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “De eerste persoon die geroepen zal worden op De Dag der Opstanding zal Adam zijn, en zijn nakomelingen zullen hem getoond worden. En er zal tegen hen gezegd worden: ‘Dit is jullie vader Adam.’ Adam zal aan de oproep gehoor geven. En dan zal Allah [tegen Adam] zeggen: ‘Neem uit jouw nakomelingen de lieden van de Hel.’ Adam zal zeggen: ‘Oh Heer, hoeveel zal ik eruit halen?’ Allah zal zeggen: ‘Neem er negen en negentig uit elke honderd uit.’ De metgezellen [van de Profeet] zeiden: ‘Oh Boodschapper van Allah! Als er negen en negentig uit elke honderd onder ons uit genomen zal worden, hoeveel blijf er dan over van ons?’ Hij [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: ‘Mijn natie [d.w.z volgelingen] in vergelijking met de andere naties is als een witte haar op een zwarte stier.” [Saheeh Bukhari, Kitaab Ar-Riqaaq, 6529]

Er is overgeleverd van Abu Sa’eed dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Een Profeet zal komen [op De Dag des Oordeels] vergezeld met twee mannen [volgelingen], en een Profeet zal komen vergezeld met drie, en [anderen zullen komen] met meer of minder dan dat. Er zal tegen hem gezegd worden: ‘Heb jij [de Boodschap] verkondigd aan jouw volk?’ En hij zal zeggen: ‘Ja.’ Dan zal zijn volk geroepen worden en er zal gezegd worden: ‘Heeft hij [de Boodschap] aan jullie verkondigd?’ Zij zullen zeggen: ‘Nee.’ Dan zal er [tegen hem] gezegd worden: ‘Wie zal voor jou getuigen?’ Hij zal zeggen: ‘Muhammad en zijn gemeenschap.’ Dus zal de gemeenschap van Muhammad geroepen worden en er zal gezegd worden: ‘Heeft deze man [de Boodschap] verkondigd?’ Zij zullen zeggen: ‘Ja.’ Hij zal zeggen: ‘Hoe weten jullie dat?’ Zij zullen zeggen: ‘Onze Profeet heeft ons bekend gemaakt dat de Boodschappers [de Boodschap] hebben verkondigd, en wij geloofden hem.’ Dit is wat Allah zegt [Surah Al-Baqarah, aya 143]: “En zo hebben Wij u tot een juist en gematigd volk gemaakt, opdat gij getuige zult zijn over de mensen en de Boodschapper een getuige over jullie zal zijn.” [Saheeh, Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, 4284]

Overgeleverd door ibn ‘Abbas, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “De naties werden voor mij vertoond, en ik zag een Profeet passeren met een natie volgelingen, en een Profeet passeren met een kleine groep mensen, en een Profeet passeren met tien, en een Profeet passeren met vijf, en een Profeet helemaal alleen passeren. En toen zag ik een grote menigte, dus vroeg ik: ‘Oh Jibreel, is dit mijn gemeenschap.’ Hij zei: ‘Nee, maar kijk eens naar de horizon.’ Ik keek en zag een hele grote menigte. Jibreel zei: ‘Dat is jouw gemeenschap, en die zeventig duizend [mensen] voor hen zijn degene die niet tot rekening zullen worden gebracht noch zullen worden gestraft..” [Saheeh Bukhari, Kitaab Ar-Riqaaq, 6541]

Abu Umamah Al-Bahili zei: ‘Ik hoorde de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zeggen: “Mijn Heer heeft mij beloofd zeventig duizend van mijn gemeenschap het Paradijs binnen te laten treden zonder hun tot rekening te roepen en zonder hen te straffen. Met elk duizend [nog eens] zeventig duizend [in totaal 4.9 miljoen], en drie Handen vol [7athayaat *] van mijn Heer, de Glorieuze. [Hassan, Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, 4286]

[* 7athayaat betekent twee volle handen, zoals je met twee handen water schept. Dit zal driemaal worden gedaan door Allah. Niemand kent hun enorme aantal, behalve Allah.]

Er is overgeleverd van Bahz ibn Hakim, van zijn vader, dat zijn grootvader zei: ‘De Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Op de Dag der Opstanding zullen wij zeventig naties completeren, waarvan wij de laatste en beste zullen zijn.” [Hassan, Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, 4287]

In een andere versie: “..Waarvan jullie de beste en meest geëerde zijn bij Allah.” [Hassan, Ibn Madjah, 4288]

Er is overgeleverd van ibn ‘Abbas dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Wij zijn de laatste gemeenschap, en de eerste die tot rekening gebracht zullen worden. Er zal gezegd worden: “Waar is de ongeletterde gemeenschap en haar Profeet?’ Dus wij zijn de laatste en de eerste.” [Hassan, Ibn Madjah, Abwaab Az-Zuhd, 4290]

Er is overgeleverd van Sulayman ibn Buraidah, van zijn vader, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “De mensen van het Paradijs zullen uit honderd en twintig rijen bestaan, tachtig [twee derde] van deze gemeenschap en veertig [één derde] van de resterende gemeenschappen.” [Hassan, Ibn Madjah, Abwaab Az-zuhd, 4289]

Overgeleverd door Abu Musa, dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “De vergelijking van Moslims, Joden en Christenen is zoals dat van een man die werknemers voor hem in dienst nam, die voor hem zouden werken vanaf de ochtend tot de avond voor een vastgestelde afgesproken prijs. Zij werkten tot de middag en zeiden: ‘We hebben het geld welke u voor ons heeft vastgesteld niet nodig en het werk dat we hebben verricht mag teniet worden gedaan.’ Hij [de werkgever] zei tegen hen: ‘Doe dat niet, maak het resterende werk af en neem jullie volledige beloning.’ Maar zei weigerde en gingen weg. De man nam andere werknemers na hen in dienst en zei tegen hen: ‘Maak de rest van deze dag af en jullie zullen de beloning krijgen die ik voor hen [de eerste groep werknemers] had vast gesteld.’ Dus zij werkten tot de tijd van Salat Al-‘Asr [de namiddag] en zeiden: ‘Doe hetgeen wat we verricht hebben teniet, en hou de beloning die je ons hebt beloofd.’ Hij [de werkgever] zei tegen hen: ‘Maak het resterende werk af, aangezien er nog maar weinig van de dag over blijft.’ Maar zij weigerden. Dus hij nam een andere groep aan om de rest van de dag te werken tot zonsondergang, en zij ontvingen de beloning van de voorafgaande groepen. Dus dit is de vergelijking van dit licht [Goddelijke en Profetische leiding] welke de Moslims hebben geaccepteerd.” [Saheeh Bukhari, 2271]

Commentaar: De Joden weigerden namelijk te geloven in de Messiah, ‘Eesa zoon van Mariam. Dus werd hun geloof teniet gedaan. En de Christenen weigerden de zegel der Profeten Muhammad te accepteren, vrede zij met hen allen. Dus werd hun geloof ook teniet gedaan. En de Moslims accepteerden het geloof in alle Profeten en openbaringen die Allah hun heeft neder gezonden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s